Wantrouwen en onbehagen in de politiek

Civis Mundi Digitaal #145

door Erik Jansen

Bespreking van Jan Tromp en Coen van de Ven, Wantrouwen in de wandelgangen, hoe pers en politiek van elkaar vervreemd raakten. Balans, 2023.

 

Op 23 februari organiseerde GL-PvdA kamerlid Senna Maatoug een leuke politieke avond in Leiden over Staat van Vertrouwen, het onlangs verschenen boek van Kristof Calvo. Er waren verder uitgenodigd Coen van de Ven (met Jan Tromp) schrijver van bovengenoemd boek, Marije van den Berg, auteur van het boek De beleidsbubbel, en de Kamerleden Henri Bontenbal en Rosanne Herzberger.

Het merendeel van de discussie ging over het functioneren van het parlement zelf, minder over de kloof tussen politiek en burger. Veel aandacht in de discussie kreeg de enorme stijging van het aantal moties, waarmee partijen niet zozeer alternatief beleid willen voorstellen, maar vooral hun zichtbaarheid proberen te vergroten. Veel moties beogen geen beleidsverandering, maar beeldvorming en profilering. Jesse Klaver had in 2020 al een tijdje geprobeerd geen ‘profiel’ moties meer in te dienen en Henri Bontenbal kondigde op de avond ook aan een voorstel te gaan doen om het aantal moties te koppelen aan een maximum per partij en aantal zetels. Recent is hij daar ook mee naar buiten gekomen. Rosanne Herzberger was erg onder de indruk van hoe serieus de Kamerleden de moties nemen en hoeveel tijd ze eraan besteden.

Het tweede thema in de discussie was de invloed van de media. Door de sociale media en de vele praatprogramma’s op tv, is het accent komen te liggen op beeldvorming, op een korte en heldere boodschap, en het zich afzetten tegen andere politici. Het ‘conflict’ model, als eerste door Pim Fortuyn gehanteerd, blijkt bijzonder goed aan te slaan, met als gevolg nu een rechtse meerderheid zonder een duidelijke agenda (zie ook CM#141). Zes maanden na de verkiezingen weten we nog niet wat het nieuwe kabinet straks zal gaan doen en wie erin zullen zitten.

Toch kan niet alleen het onderlinge gekift van de politici en de gevatheid van Wilders als reden voor de enorme aardverschuivingen worden aangewezen. Een groot deel van de kiezers herkent zich niet meer in de klassieke middenpartijen en zwalkt van LPF, naar PVV, en vervolgens naar FvD, BBB, en nu weer naar PVV, terwijl de grote maatschappelijke problemen rond huisvesting, zorg, klimaat, biodiversiteit, immigratie, en bestaanszekerheid voor ons uit worden geschoven. In de huidige formatie zijn tien van deze onderwerpen gekozen voor een akkoord op hoofdlijnen. We moeten afwachten wat daarvan komt. Geen enkel verkiezingsprogramma van de nu formerende partijen geeft daarvoor enig idee. Het is volstrekt onduidelijk of de kiezers ook maar iets krijgen van wat ze zelf belangrijk vinden. Ze kiezen een standwerker en krijgen straks waarschijnlijk knollen voor citroenen.

Wat is de oorzaak van de politieke onvrede en het wantrouwen richting Den Haag? Er doen diverse argumenten de ronde die we hier kort zullen nalopen. Te beginnen met het boek van Jan Tromp en Coen van de Ven.

 

Profileringsdwang
In Wantrouwen in de wandelgangen schetsen de auteurs de marginalisering van de schrijvende pers. In 1950 was er een beperkt groepje journalisten dat via kranten en weekbladen verslag deed van de politiek. Deze journalisten volgden het politieke spel en leefden nauw samen met de politici in en rond het Binnenhof. Het was vriendschappelijk, er was over en weer vertrouwen, en er werd tussendoor behoorlijk ingenomen. Men hoorde en zag veel, maar zeker het persoonlijke werd gespaard en niet direct gebruikt. De politici waren in die zin ook beschermd en konden zich tegenover de pers meer open opstellen.

Die rol is veranderd en de pers is veel kritischer geworden en functioneert meer als waakhond van de democratie dan als ‘verslaggever’. De stijl is veel agressiever geworden. De eerste vraag is meer in de stijl van: “Denkt u al aan aftreden?” Politici zijn om die reden ook veel voorzichtiger geworden en hebben een leger van voorlichters in stelling gebracht om de beeldvorming zelf te creëren in plaats van over te laten aan de schrijvende pers, de talkshow hosts en de side-kicks. Daardoor komen de overwegingen achter het beleid, en de daarbij horende verdeeldheid binnen de fracties, niet meer naar buiten en de interne fricties worden zoveel mogelijk afgeschermd van de buitenwereld.

Verder helpt de nieuwe tijdelijke huisvesting van de Tweede Kamer in het voormalige gebouw van Binnenlandse Zaken, B67, een brutalistisch bouwwerk naast Den Haag Centraal, alias de “bunker”, niet om de interactie tussen Kamerleden onderling en journalisten te faciliteren. Op het oude Binnenhof was die interactie meer vanzelfsprekend. In de nieuwe behuizing heeft iedere partij zijn eigen gang, de journalisten hun eigen koffiekamer, en kunnen Tweede Kamerleden alleen bij de “patatbalie” direct worden aangesproken door de pers. Maar dat probeert men steeds meer te ontlopen.

Het accent in de politieke verslaggeving is van de schrijvende pers verschoven naar de media en dan met name naar de talkshows op tv. Daardoor is er minder ruimte voor brede afwegingen. Het moet amusant zijn om naar te kijken en liefst ook nog een beetje “knetteren”. Zo slaagde de VVD erin bij de Statenverkiezingen voorjaar 2023 de debatten op tv te beperken tot de links-rechts tegenstelling, waardoor Rutte veilig in discussie kon gaan met Jesse Klaver en met Attje Kuiken van de PvdA. De PVV werd zoveel mogelijk door de VVD buitenspel gehouden omdat men daar alleen maar te verliezen had (zoals onlangs is gebleken). Met sociale media kan men zijn eigen achterban bedienen, die daarmee in hun eigen bubbel bevestigd wordt, zonder dat anderen daar invloed op kunnen uitoefenen.

Daarnaast hebben we ook steeds meer te maken met “postpolitiek”, de aanpak van maatschappelijke problemen via deskundigen en experts. De liberalisering van de woningmarkt, de stelselwijziging van de WMO en Jeugdzorg waardoor de gemeenten verantwoordelijk werden voor de uitvoering (en tevens gekort in de verwachting dat het lokaal veel efficiënter kon) en de marktwerking in het algemeen zijn bij coalitieakkoord geregeld en zijn nooit echt in de politieke arena besproken en besloten. Beleid wordt bij voorkeur voorbereid in sectoroverleg met de maatschappelijke partners, en niet in de Tweede Kamer. Zie de klimaattafels, het preventieakkoord, etc. De verkiezingen gaan vervolgens niet over de echte problemen. Veel wordt doorgeschoven omdat er voor ingrijpende maatregelen geen politiek draagvlak is. Dat geldt voor het klimaat, de volksgezondheid, de volkshuisvesting, de stikstof, de geluidshinder van Schiphol, vliegveld Lelystad. Wat ons rest als debat in de Tweede Kamer is elkaar zwart maken.

 

 

Duidelijkheid
In zijn essay van de Maand van de Filosofie [1], benoemt Tom-Jan Meeus ook het ‘conflictmodel’ en de ‘polarisatiestrategie’ als de brandstof van het rechts-populistisch succes. Die strategie is overgewaaid uit de VS en als eerste succesvol toegepast door Pim Fortuyn. Het draait om het zwartmaken van de tegenstander en verder ‘herhaling, herhaling, herhaling’ van simpele, korte boodschappen. Het dwong de middenpartijen na het succes van de LPF bij de verkiezingen van 2002 om ook soortgelijke strategieën te hanteren: een samensmelting van politiek en propaganda, en uiteindelijk verwarring van politiek én propaganda, want ‘duidelijkheid’ leidt volgens Meeus uiteindelijk tot ‘onzakelijkheid’. De werkelijkheid is complex en een regering kan alleen gevormd worden op basis van een coalitie-akkoord als onderhandelingsresultaat.

Hoe onzakelijk Geert Wilders is blijkt wel uit de opsomming die Meeus geeft van zijn politieke record: het aanmoedigen van fraudebeleid op basis van etnisch profileren, het kwalificeren van rechters en publieke omroep als D’66 paladijnen, het diskwalificeren van de Tweede Kamer als ‘nep’parlement, het afwijzen van de miljardensteun aan Griekenland, het aanhalen van Poetin als goede vriend, het afwijzen van militaire steun aan Oekraïne, etc. Geen van die standpunten heeft hij gestand kunnen doen. Duidelijkheid brengt uiteindelijk alleen onduidelijkheid. Chaosbestrijding creëert chaos.

Meeus gaat geregeld terug naar het Schilderskwartier in Woerden, waar in 2010 de lokale verkiezingsuitslag volledig overeenkwam met de landelijke uitslag, en dat electoraal dus als representatief beschouwd kan worden voor Nederland. Mensen die hij spreekt zijn gelaten over de politiek, wrokkig soms. Het gaat dan om het sluiten van het lokale ziekenhuis, het klimaatbeleid als linkse ‘luchtfietserij’, etc. Het idee dat de politiek er niet voor hen is. ’s Avonds op televisie zien zij een andere actualiteit: het gesprek van de dag in de talkshows, politiek als amusement. De redacties weten wat scoort – controverse, luchtigheid en lulligheid – en nemen de mediawerkelijkheid van politici als uitgangspunt. De vermenging van informatie en amusement heeft vermoedelijk ook bijgedragen aan de vervreemding. (p. 63-69).

De latente onvrede komt ook tot uiting in een sterke anti-overheidshouding, zoals bij de boerenacties en bij de demonstraties tegen het coronabeleid. Er is een aanzienlijke groep ‘afgehaakten’. Wilders verwoordt in toon hun onvrede ook al is men het niet in alles met hem eens: “Den Haag hoeft niet al zijn standpunten over te nemen als ze maar naar hem luisteren?” (p. 66) Het blijft onduidelijk wat dat luisteren dan inhoudt. “Goedkopere ziekenzorg” wat een inwoner van Woerden wenste, zal het niet worden.

 

 

Ongelijkheid
Het boekje Staat van vertrouwen van Kristof Calvo [2] verklaart het onbehagen van de burger als reactie op het wantrouwen van de overheid zelf bij het uitvoeren van haar overheidstaken. Misbruik moet worden voorkomen. Dat leidt tot vernederende situaties, waarbij mensen in de bijstand voortdurend gecontroleerd worden. De uitvoeringsorganisaties werken (noodzakelijkerwijs) rigide en door de automatisering is ook het directe contact tussen burger en overheid verdwenen. De aardbevingsproblematiek in Groningen en de Toeslagenaffaire zijn daarvan de sprekende voorbeelden. De kleinere overheid heeft alleen maar een tegengesteld effect bereikt: meer regels, meer controle, meer kosten, meer wantrouwen.

Calvo, zelf 15 jaar lang Belgisch parlementslid voor de Groen/Ecolo fractie, pleit voor meer gelijkheid in de samenleving. De helft van de Belgische bevolking verdient slechts 20% van het inkomen en beschikt over 10% van het vermogen. De ongelijkheid wordt bestendigd door het meritocratische ideaal als zou via onderwijs en opleiding iedereen gelijke kansen hebben. Dat is overduidelijk niet het geval. Kinderen van hogere inkomens kwalificeren zich makkelijker voor de betere banen. De ondergeschoven positie van de ongeschoolde werknemers leidt tot rancune ten opzichte van de elite en de “heren in Brussel of den Haag”. Calvo pleit voor een brede middenschool, open sollicitaties, meer loting, en een basisinkomen.

Calvo stelt verder dat het klimaatbeleid geen steun zal vinden bij de bevolking als de superrijken (de ‘pollutocraten’) een onevenredige hoge bijdrage blijven leveren aan de opwarming van de aarde en daarmee wegkomen, terwijl het armere deel van de bevolking met stijgende energieprijzen te maken krijgen zonder geld voor isolatie, warmtepomp of elektrische auto. Volgens Calvo heeft gedragsverandering van individuele burgers (“een beter klimaat begint bij jezelf”) geen effect. Er moeten structurele maatregelen genomen worden om de economie en de landbouw te vergroenen.

Helaas verklaren al deze redenen niet waarom de helft van de bevolking nu als reactie op populistisch rechts stemt. Wilders was ook één van de Kamerleden die tien jaar geleden de Bulgarenfraude op hoge toon aan de orde stelde. Ook was hij kamerlid terwijl de aardbevingen in Groningen steeds grotere vormen aannamen. Ook Pim Fortuyn was ooit voor een kleinere overheid.

Ook is de vraag of meer gelijkheid meer steun voor het klimaatbeleid zal opleveren. Meer inkomen zal betekenen meer consumptie en meer reizen. Voor de rechtse populist mag het klimaatbeleid door de shredder, dat heeft Wilders goed door. Eigen belang eerst. Men vreest maar al te zeer dat een linkse regering de leuke dingen voor de mensen zal verbieden: vliegen, autorijden, vleeseten, alcohol, etc. Om over het kosmopolistisme, het vrijlaten van de immigratie, en nog meer “woke” zaken maar te zwijgen. Ondertussen zijn er meer schoolverlaters dan ooit, een aanzienlijk deel van de bevolking kan niet lezen en schrijven, het lachgasgebruik neemt sneller toe dan de CO2 uitstoot, en de vaccinatiegraad daalt.

 

Individualisering
Velen zien het neoliberalisme en de individualisering als het grote maatschappelijke kwaad. Eén van die woordvoerders is Hans Blokland, socioloog en filosoof, en voormalig hoogleraar in Berlijn. In zijn essaybundel Een lange leegte [3] uit 2008 noemt hij de politieke onvrede een reactie op het terugdringen van de politiek door de marktwerking: ‘Door de voortgaande processen van rationalisering en individualisering, die in de laatste decennia een extra impuls hebben gekregen door de keuze voor vermarkting, deregulering en verzelfstandiging, wordt het belang dat wordt gehecht aan eigen verantwoordelijkheid steeds groter. Ontevredenheid over de huidige positie is een impliciete erkenning dat men heeft gefaald. De vijandigheid van de lagere strata jegens ‘links’, tegen de ‘technocratische politiek’, verklaren hun gebrek aan ideologische belangstelling en politieke apathie.’ (p. 50)

Blokland beroept zich vooral op het werk van de Amerikaanse socioloog Robert E. Lane [4]: ‘De marktliberale samenleving heeft ons een verlossing van armoede gebracht en daarmee aanvankelijk samenhangend geluk. Maar een groeiend aantal mensen is nu ongelukkig met zijn leven, het zij door vereenzaming, verslaving, en mentale gezondheidsproblemen zonder dat er hulp is van directe naasten. We zijn rijk, maar ongelukkig in een sociale woestijn’. (p. 59)

‘Ondanks een voortdurend stijgend scholingsniveau is gebleven dat men zelden een consistente en coherente politieke visie ontwikkelt. Men blijkt te worden bewogen door vooroordelen, emoties en wanen van de dag rond migratie, criminaliteit en zorg. De markt (en materiële welvaart) doet mensen vooral pijn omdat zij de aandacht afleidt van de zaken die werkelijk bijdragen aan een gelukkig bestaan, zoals vrienden en familie.’

Blokland: ‘burgers trekken zich uit het publieke leven terug uit een gevoel van politieke onmacht: men meent geen invloed meer te kunnen uitoefenen op de wijze waarop de eigen samenleving zich ontwikkelt en trekt dus zijn handen ervan af’. (p. 249) Hun stem is een proteststem en iedere conflictueuze ‘tweet’ resoneert met hun latente onbehagen.

 

Economisering
In Weten burgers wel wat ze willen? [5] stelt hij vervolgens de vraag of de aanhangers van de rechts-populistische partijen wel werkelijk tegen immigratie zijn of dat het toch vooral gaat om eigen geluk? (zoals de briefschrijver in bovengenoemd stukje in CM#141 al opmerkte). Blokland: ‘De markt en de liberale democratie zijn beide gebaseerd op de aanname dat individuen de best mogelijke scheidsrechters zijn van hun eigen persoonlijke belangen. Als autonomie onze menselijkheid definieert, dan zijn paternalisme en andere inmengingen in onze autonomie een inbreuk op onze waardigheid.’

‘Toch kunnen hele beschavingen een verkeerd beeld hebben van wat een gelukkig, bevredigend leven vormt. De leden ervan kunnen wijsgemaakt zijn dat productie, consumptie en groei existentiële zaken zijn, en kunnen in het najagen van dit ideaal langzaam al die sociale, gemeenschappelijke en culturele activiteiten vernietigen die, zo toont onderzoek aan, werkelijk bijdragen aan ons welzijn.’

Volgens Blokland ‘hebben mensen steeds meer het gevoel, door economisering en bureaucratisering van steeds meer levenssferen, overgeleverd te zijn aan de machten die ze niet begrijpen of controleren. De geleidelijke afname van vrijheid om de ontwikkeling van de samenleving en, bij extensie, ons persoonlijk leven te beïnvloeden, creëert een gevoel van malaise of machteloosheid dat zich vertaalt in politieke apathie en cynisme, en regelmatig schreeuwt om echte, vastberaden politiek, helaas voornamelijk aangeboden door populisten. De politiek dient dit soort problemen te benoemen en aan te gaan.’

Ook Gabriel van den Brink [6] komt met een soortgelijke diagnose: de moderniteit. Door de technologische innovaties verandert de samenleving sneller dan gezond voor ons is. Wij als mensen zijn in miljoenen jaren gevormd en we leven nog bij dezelfde ‘archaïsche’ reflexen als uit de tijd van de jager-verzamelaars. De meeste mensen kunnen al die “linkse” hobby’s van globalisering en verduurzaming niet volgen.

Dit kan wel zo zijn, maar ondertussen is iedereen zo gelukkig met zijn auto en vliegreis dat alleen al het opperen van enige beperking (“na corona wordt alles anders”) aan dovemans oren is gericht. Men is hollend de kerk uitgelopen en heeft zich op de bank voor de tv geïnstalleerd om spelletjes en Netflix te volgen terwijl het verenigingsleven vergrijst en weldra niet meer zal bestaan. De moderniteit is wat de mensen zichzelf aandoen. “Vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen” lijkt mij hier niet van toepassing.

 

Algemeen belang
Voor het oplossen van de grote maatschappelijke problemen zijn enorme investeringen nodig. Er moeten een miljoen duurzame huizen worden gebouwd, de bestaande woningvoorraad moet worden verduurzaamd, en het elektriciteitsnet versterkt. Idealiter zou er ook grootschalige seizoensopslag van warmte moeten komen en buffercapaciteit in de vorm van accu’s of waterstof om overtollige elektriciteit op te slaan om periodes van donkerluwte te overbruggen als er weinig windenergie of zonne-energie voorhanden is. Mogelijk dat dit 600 miljard of meer gaat kosten.

Dan is er nog de gezondheidsproblematiek, het geringe bewegen, het overvloedige aanbod van ongezond voedsel in de supermarkten en de fastfood restaurants. Het was al meteen duidelijk dat het preventieakkoord uit 2015 op basis van vrijwilligheid hier niet zou gaan helpen. Daar is toch echt meer sturing van bovenaf voor nodig. Dat wil zeggen het leeghalen van de schappen in de supermarkt. Dat zal leiden tot grote woede van populistisch rechts: “onze vrijheid wordt aangetast”.

En dan is er nog de landbouwproblematiek, het terugdringen van de stikstofuitstoot, de verzuring van de bodem en het drinkwater met mest, de dierenmishandeling, en het hek om de grond “met agrarische bestemming” waardoor we niet kunnen bouwen en wonen.

Natuurlijk zou het helpen als de samenleving minder individualistisch, minder materialistisch, meer sociaal en meer gemeenschappelijk is, meer ‘commons’ en deeleconomie, en als de overheid niet als bedrijf maar als dienst zou werken. Toch zit daar niet de crux. Het gaat om het opofferen van de individuele vrijheid en het versterken van de collectieve uitgaven. Minder ruimte voor de eigen materiële welvaart en meer voor het algemeen belang, niet alleen voor Nederland, maar ook voor Europa en de rest van de wereld.

Deze overwegingen zullen niet besteed zijn aan de partijen die nu onderhandelen over een regering. Het enige wat ze doen is enkele symbolische acties zoals bezuinigen op de publieke omroep zodat we helemaal geen informatie meer krijgen over de wereldproblemen. Helaas geeft ook geen van de boven aangehaalde auteurs aan hoe we het vertrouwen kunnen terugwinnen. We gaan dus nog even door met twitteren op “oorlogssterkte”.

 

Noten
[1] Tom-Jan Meeus, Duidelijkheid, Essay in opdracht van de Stcihting Maand van de Filosofie, 2024.

[2] Kristof Calvo, Staat van vertrouwen, Ertsberg, 2023.

[3] Hans Blokland, Een lange leegte, over maatschappelijk onbehagen en het plannen van een toekomst, Klement, 2008.

[4] Robert E. Lane, The Loss of Happiness in Market Democracies, Yale University Press, 1996, 2000.

[5] Hans Blokland, Hoe te reageren op groeiend rechtspopulisme?, Weten mensen wel wat ze willen?, De Helling, nr. 3, 2023, p. 36-40.

[6] Gabriel van den Brink, De actualiteit van het archaïsche, Prometheus, te verschijnen eind september 2024. Zie ook DNW#1427