Deel 6: Over opvoeding en beïnvloeding

Civis Mundi Digitaal #146

Bespreking van Vladimir Megre, Het Familieboek. Schildpad Boeken, 2011.

 

 

Gesprek met een kinderpsycholoog

Vladimir Megre zou na vijf jaar eindelijk zijn zoon weer ontmoeten. Bij eerdere bezoeken aan Anastasia in de taiga was het er niet van gekomen, omdat zijn zoon bij zijn overgrootvader was. Megre wilde zich goed voorbereiden en bezocht een kinderpsycholoog met de vraag hoe hij het best met hem kon omgaan. De psycholoog herkende hem echter als de schrijver van de boeken over Anastasia, die hij met veel interesse had gelezen en zei dat hij het beste bij haar te rade kon gaan. Zij is “’oneindig veel sterker en wijzer dan ik”. (p12)

Hij had alle uitspraken van Anastasia over opvoeding verzameld en was onder de indruk van haar wijsheid, “de wijsheid van een oeroude cultuur”. (p13) De opvoeding van een kind begint al voor de conceptie, bij “de ouderlijke gedachten... De gedachten van twee individuen vloeien in liefde samen tot één.” Daarna versmelten hun lichamen tot één in scheppende liefde, van waaruit na negen maanden hun kind geboren wordt. Zij noemt dit “drie lagen van zijn” (p28,29, zie ook Deel 4 Schepping, p171)

De psycholoog en zijn collega, een seksuoloog, beaamden dat het belangrijk was dat een kind niet uit seksuele begeerte maar vanuit scheppende liefde werd geboren, en de vrouw geen lustobject maar “medeschepper” was. Het liefdevolle samenzijn vindt dan zijn hoogste vervulling, die levenslang doorwerkt in liefde en trouw. “Het daaruit voortvloeiende gevoel van gelukzaligheid overstijgt wezenlijk het gevoel van seksuele bevrediging,” zoals Megre had evaren (zie Deel 1) en de seksuoloog zelf had ondervonden toen hij en zijn vrouw hun jongste kind kregen vanuit een diepe kinderwens. “Seks om de seks” kan deze hogere gelukzaligheid niet geven. “Het aantal echtparen datt geen seksuele bevrediging ervaart, groeit. Maar dit vreugdeloze beeld kan worden veranderd.” En wel door “hogere krachten”, namelijk door liefde. (p20,21)

De moderne maatschappij is erg op seks gericht. “’We kunnen ons vrijelijk aan seksuele uitspattingen overgeven... Uit die losbandigheid is een hele industrie voortgekomen...  Tegen de achtergrond van deze losbandigheid...  komen Anastasia’s woorden als een ontdekking... Ik, als psycholoog, heb de grootsheid van wat ze laat zien, naar waarde kunnen schatten... ‘Welke Mens wil er nu geboren worden slechts als resultaat van een seksueel pleziertje? Iedereen zou het liefst geboren worden als het resultaat van een overweldigende impuls van liefde...’” (p22)

 

Gesprek met zijn zoon

Megre bereikt zonder gids het veldje in de taiga, waar Anastasia woont. Hij trekt een kreukvrij kostuum aan met nieuwe schoenen en wil een goede indruk maken op zijn zoon. Als hij warmte voelt en de stilte om zich heen sterker voelt, meent hij de aanwezigheid van Anastasia te voelen, maar het is zijn zoon. “Hij leek op Anastasia en misschien ook wel een beetje op mij.” Hij wordt er stil van, “’alles in de wereld vergetend”. (p38,39)

Er ontspint zich een opmerkelijk gesprek. “En, hoe gaan de zaken hier?” De zoon weet niet hoe hij die vraag moet beantwoorden en zegt; “’Hier gaat het leven zijn gang, papa. En het leven is goed.” Ook de vraag wat hij later wil worden, begrijpt hij niet. “Maar ik ben toch al, papa.”

“’Wat ga je doen als je groot bent?”

“Ik zal verder gaan met waar jij nu mee bezig bent.” Anastasia had hem daarover verteld. “Jij gaat juist daarheen, waar het heel moeilijk leven is... omdat je graag wil dat het leven daar beter wordt... Ze doen dingen die ze van iemand anders moeten doen en niet zelf willen. En daarvoor krijgen ze papiertjes - geld -  en die kunnen ze dan ruilen voor eten. Ze zijn gewoon vergeten dat je ook anders kunt leven en dat je blij kunt zijn met je leven. En jij, papa, gaat naar die wereld... om het goede te doen.” (p40,41)

Zijn zoon kan ook al lezen. Megre laat hem een meegenomen geschiedenisboek lezen. Daarin  stond dat mensen vroeger de hele dag bezig waren met het zoeken van voedsel. Dat klopte niet volgens de zoon. “Waarom waren ze de hele dag aan het zoeken als er altijd voedsel in  de buurt was?” Hij liet het zien, plukte het en at het op. Toen hij ‘a-a’ riep kwamen eekhoorns hem pijnboompitten brengen en kwamen er ook andere dieren. Hij aaide ze als beloning. (p43)

Megre vroeg zich af of dieren door de Schepper bedoeld zijn om de mensen te dienen en concludeerde dat zij dan geen probleem hadden met het vinden van voedsel, dat in een warm klimaat in overvloed te vinden is. Maar wat is er dan gebeurd met die overvloed? “Waarom moet de Mens tegenwoordig als een slaaf voor iemand anders werken om zijn brood te verdienen?... Gaat de ontwikkeling... eigenlijk wel de goede kant op?” (p45-48)

“Papa, ontwikkelen mensen zich met de waarheid of met de leugen, waar jij woont?” Megre antwoordt dat het allebei voorkomt. En vraagt of zijn zoon al boeken leest. Hij heeft alle boeken van zijn vader al gelezen. Megre geneert zich voor zijn aanvankelijke gedrag tegenover Anastasia. Zijn zoon begreep inderdaad niet waarom hij soms kwaad op zijn mooie, lieve, goede moeder was. Zij had hem uitgelegd, dat hij wel van haar hield, maar zijn liefde niet herkende en voor haar had gedaan wat zij gevraagd had. 

Een meisje gelukkig maken

Zijn zoon vertelde hem ook dat hij het boek las dat Schepping heet en in “levende en eeuwige letters” is te lezen, die hij van zijn moeder had geleerd. Megre vroeg hem wat hij later als zijn belangrijkste doel en taak zag. “Een Universum-meisje gelukkig maken,” was zijn antwoord. ”Ieder meisje heeft alle energieën van het Universum in zich. Universum-meisjes moeten gelukkig zijn... ik ga daar naartoe waar veel mensen wonen, en ik vind haar.” (p57)

Megre zegt dat meisjes vooral geïnteresseerd zijn in mannen met veel geld die goed gekleed gaan en een goede positie hebben. “Waar denk je zoveel geld vandaan te halen?... Om veel geld te verdienen moet je een zakenman worden of iets uitvinden.”

“Maar mensen worden niet gelukkig van geld [...maar] van de Ruimte die hij voor zichzelf creëert.” (p57,58)

Megre zag in dat zijn zoon  nooit zou worden zoals anderen een geen weet zou hebben van de gecompliceerdheid van het leven en ervan overtuigd was “’dat elke vrouw het evenbeeld is van het hele Universum... misschien is er geen enkel meisje dat van hem zal willen of kunnen houden... Wat zal er van de de liefde overblijven als hij haar vertelt dat ze een Ruimte van Liefde moeten scheppen en een tuin aanleggen?... Ik kan hem beter op het ergste voorbereiden.” (p59)

Hij zegt dan dat de allermooiste meisjes model of actrice willen worden. Ze willen schitteren. “Ze zal je verlaten voor de schijnwerpers... het applaus... wat doe je dan?”

“Ze zal terugkomen, dan zal ze het prachtige bos zien, de prachtige tuin... Alles en iedereen in de Ruimte zal oprecht van haar houden... Als jij, papa, dit niet had bedacht... als jij deze situatie niet had gecreëerd met je gedachten, dan zou ze nooit vertrokken zijn... Mijn gedachte kan de jouwe ongedaan maken.”

Megre kon geen overwicht krijgen op zijn zoon. “Er is een onoverbrugbare afstand tussen ons,” zei hij. “Het lukte me op geen enkele manier om de moderne, geciviliseerde samenleving – en op die manier ook mezelf - in een gunstig daglicht te stellen.” (p61,63) Hij raakte gefrustreerd, terwijl hij hem ooit zo graag had willen knuffelen en dat vertelde. “Mag ik jou dan knuffelen, papa?’’

“Mijn gemoedstoestand veranderde plotseling... Ik wilde gewoon uitschreeuwen: ‘’Wat is alles toch heerlijk hier!... En nog veel meer.” 

 

Negatieve krachten

De zoon vertelde nog veel meer over zichzelf en Anastasia, hoe zij negatieve krachten neutraliseerde en hoe hij haar probeerde te helpen. Toen hij dit wilde toelichten,  ontmoetten zij Anastasia, die daar inderdaad mee bezig was. Ze zat onder een ceder. “Haar gezicht was bleek en haar ogen gesloten.” Ze herstelde echter op wonderlijke wijze. De enorme ceder straalde een blauw licht uit en maakte een knisperend geluid “dat je hoort als je onder een hoogspanningsmast staat”. (p69,70)

“Anastasia lachte en danste als een acrobate en ballerina.” Ze zouden gaan zwemmen. “Ik zag hoe Anastasia met een sprong en een salto het water indook, gevolgd door onze zoon.” Na het zwemmen wilde hij haar omarmen, maar aarzelde. “Ze glimlachte, legde haar handen op mijn schouders, haar hoofd tegen mijn borst.” (p71,72)

 

Anastasia danst weer 

Het zoontje zei, dat hij naar zijn oudste grootvader ging, om hem te zeggen dat hij zijn lichaam mocht begraven. Megre vroeg wat dat betekende.  Anastasia legde uit dat haar overgrootvader afstamde van sjamanen en priesters en had zijn leven verlengd om langer bij zijn kleinzoon te kunnen zijn, die dat graag wilde. Even later kwam het zoontje met de overgrootvader hen hand in hand tegemoet. Ze hadden al een plek gevonden, waar ze hem zouden begraven. De glimlachende oude man was blind geworden. “Ik wil zo graag dat jouw ziel altijd in mij, naast mij, zal zijn.”

De oude man ging op zijn knieën zitten, “boog zijn grijze hoofd en drukte een kus op het handje.” Daarna werd hij omhelsd door zijn achterkleinzoon. Anastasia legde daarna uit dat hij de kracht van overgrootvader in zich had opgenomen. Sterven was voor hen geen tragedie, “maar de overgang naar een nieuw en heerlijk bestaan... Denkend aan het mooie van het leven moet een Mens in slaap vallen, dan zal zijn ziel niet lijden. Met zijn eigen gedachten kan de Mens een paradijs voor zijn ziel creëren of iets anders.” (p75-78)

Anastasia, vertelde dat hun zoon “binnenkort meer kracht zal hebben dan jij en ik samen”. Megre begreep uit haar zeldzame droevige blik dat ze zich eenzaam voelde en in een andere dimensie leefde. Daarom “is ze andere mensen in haar prachtige dimensie gaan uitnodigen”. (p80)

Er waren mensen die haar begrepen, waaronder Megre. Maar meestal streven ze “als een bezetene iets na. Maar wat? Wie maakt constant idioten van ons allemaal?... Hoe kunnen we gaan beseffen wat er werkelijk met ons aan de hand is? Is het een massapsychose? Of de doelbewuste invloed van bepaalde krachten? Wanneer kunnen we ons daarvan bevrijden?” (p81)

Megre wilde  vroeger zoveel mogelijk geld verdienen en veroorloofde zich drank en feesten. Niemand beschuldigde hem toen van winstbejag, maar wel toen hij boeken schreef. Behalve voor “gewiekste zakenman” wordt hij uitgemaakt voor “charlatan” en “occultist”. Zijn boeken veroorzaken ”een storm van emoties. Sommige mensen... zijn enthousiast... terwijl anderen furieus zijn.” 

De gedachte komt bij hem op dat er “onzichtbare krachten zijn die erop zijn mensen te laten lijden. Deze krachten gedijen bij oorlogen, drugshandel, prostitutie, ziekte en een constante toename daarvan... Van thrillers en tijdschriften met halfnaakte vrouwen maakt niemand een probleem, maar aan boeken over de natuur en de ziel nemen mensen aanstoot... Waarom voelt iemand zich geroepen om ertegenin te gaan?” (p83)

“Maak je los van wat anderen zeggen, Vladimir. Probeer te luisteren naar je eigen hart en ziel,” antwoordt Anastasia.

 

In de Vedische tijd leefden mensen in harmonie met de natuur en het dierenrijk 

Het Vedische tijdperk

Megre wil meer weten van haar achtergrond, bijv. haar nationaliteit en godsdienst. “Ik ben een Ved-Russin,” antwoordt ze en verwijst naar het Vedische tijdperk, waarvan wat Rusland betreft weinig of niets bekend is. [Wel wat India betreft, zie CM 76,78,122,123,142] Het is een “ingeslapen” beschaving. “Vroeger leefde ons volk gelukkig in gebieden die zich uitstrekten... van Rusland, Oekraïne, Belorus, Engeland, Duitsland, Frankrijk, India, China en veel andere grotere en kleinere staten... Wij – Aziaten, Europeanen, Russen en... Amerikanen... zijn feitelijk allemaal mensen-goden van de Ved-Russische beschaving.” (p85,86) 

Toen bereikte “de mensheid een niveau van gevoelsmatige kennis die het mogelijk maakt om door middel van collectieve gedachten energiebeelden te scheppen.” Het Beeldtijdperk volgde op de Vedische periode en ging over in het Occulte tijdperk, door "onvoldoende zuiverheid van denken, met onvoldoende beschaving van gevoelens en gedachten... Uiteindelijk leiden degradatie van bewustzijn en onvoldoende zuiverheid van denken, gecombineerd met een hoog niveau van kennis en mogelijkheden... naar een wereldramp... We zijn voorbij het einde van het Occulte millennium... Daarna zal de era van het gelukkige leven op Aarde beginnen.”  Dit ondanks dat negatieve krachten nog vele mensen domineren. “Deze gelukkige samenleving slaapt.” Het wachten is op het ontwaken van steeds meer mensen. (p86-88)

Volgens Anastasia leefden mensen vroeger langdurig in het Vedische tijdperk. Dit kenmerkte zich door harmonie met God en de natuur, als schepping van (de gedachten van) God, waarin hij aanwezig is. “In het Vedische tijdperk is God de gids van de Mens... De Vader is aanwezig in alles... en door middel van zijn eigen gedachten kan de Mens contact hebben met de gedachten van God... De Mens boog niet voor God... de samenleving kende geen heersers... De mensen kenden vele rituelen, feestdagen en festivals.” (p94) Daarbij werden levende beelden geschapen vanuit de Energie van de Liefde en vond overdracht van kennis en inspiratie plaats. “Hun kennis werd vergroot de de Energie van de Liefde, en dat voedde hun inspiratie.” (p97)

Anastasia illustreert de Vedische leefwijze met drie parabels. Eén over een huwelijk, waarbij de inrichting van een nieuw familiedomein centraal staat op een door het aanstaande paar gekozen stuk grond met steun van de hele gemeenschap, vooral de beide families. Als hun familiedomein is ingericht als Ruimte van Liefde en zij het betrekken, vloeien zij in een impuls van wederzijdse liefde samen tot één, maar “elk van hen blijft zichzelf”. (p109)

De tweede parabel gaat over opvoeding. “De cultuur van gevoelens” is belangrijker dan vakkennis. “’De Vedische school is in staat alle informatie door middel van gevoelens over te dragen,,, want gevoelens vertegenwoordigen een enorme hoeveelheid geconcentreerde informatie. Hoe sterker en helderder het gevoel, des te meer informatie uit het Universum er in vervat zit... Op een moment dat de Mens een sterk gevoel doormaakt, stroomt er een grote hoeveelheid informatie door hem heen.” (p112,113) Anastasia illustreert dit aan de hand van de ervaringen en gevoelens die Megre doormaakte bij hun interacties en overdracht van gevoelens en informatie, zoals in eerder boeken naar voren kwam. Megre werd diep geroerd door de overgedragen kennis en informatie.

“In de Vedische periode werden kinderen niet opgevoed zoals dat tegenwoordig in onze scholen gebeurt, maar door deelname aan vrolijke feestdagen en rituelen. Dat konden feesten in familieverband zijn, of festiviteiten waar een heel dorp of meerdere dorpen aan deelnamen... die kennis werd zonder dwang op het kind overgebracht; men dwong het niet om tegen zijn zin stil te zitten en naar een leraar te luisteren. Het leerproces ontvouwde zich continu, op vrolijke en ongedwongen wijze... Het was aantrekkelijk en boeiend... De cultuur, de leefwijze... vormde... een intensief systeem van zelfperfectie van de Mens...” (p114)

De geschiedenis van de mensheid is verdraaid. De prehistorische oermens wordt bijna dierlijk, dom en gewelddadig afgebeeld in plaats van in harmonie met de natuur en zijn medemensen als een gelukkige familie. Mannen met zwaarden worden nobel en als helden afgebeeld in plaats van angstig en wanhopig. De moderne mens wordt goed verzorgd en gelukkig afgebeeld in plaats van bleek, ziekelijk en zorgelijk in een vervuilde onnatuurlijke omgeving vol kunstmatige apparaten.

In de Vedische beschaving zouden er geen overvallen en diefstal zijn geweest. Men at vegetarisch en leefde in familiedomeinen. Er bestond geen enkele wedijver tussen de nederzettingen. Er was geen reden voor misdaad of geweld. Er waren geen bestuursstructuren... Er waren noch grote noch kleine heersers. De opeenvolging van de grote feesten verschafte de natuurlijke orde der dingen.., Voedsel... was in overvloed voorhanden...” (p132,133)

Het Beeldtijdperk

“Tegen het einde van het Vedische tijdperk... leerde de Mens de kracht van de collectieve gedachte kennen... De technologie van nu is een weerspiegeling van de de collectieve gedachte. Door de collectieve gedachte zijn alle mechanische apparaten en wapens uitgevonden... In dit zogenoemde Beeldtijdperk... begint de Mens zijn eigen beelden te creëren... Beelden kunnen de Mens naar een prachtige schepping voeren, maar ze kunnen ook leiden tot vernietiging...” (p134-136)

Door (collectieve) beelden kunnen mensen scheppen. “De collectieve gedachte is enorm krachtig... Een beeld – is een energetische entiteit, in het leven geroepen door de menselijke gedachte... Hoe meer mensen het beeld voeden met hun gevoelens, hoe sterker het wordt... Het door een collectieve gedachte geschapen beeld kan een kolossale vernietigende of scheppende krachten bezitten... en is in staat het karakter en gedrag van grotere of kleinere groepen te vormen.” (p135,137)

Bij enkele mensen “kreeg de energie van grootheidswaan de overhand... Uiteindelijk concentreerden ze hun gedachten op de vraag hoe ze heersers over de hele mensheid op Aarde konden worden... Ze noemden zichzelf priesters... Van generatie op generatie hebben ze de kennis van het occulte doorgegeven... samen met de kennis van het Beeld... Voor andere mensen wordt de Vedische kennis zorgvuldig verborgen gehouden.” Een opperpriester heeft de leiding. (p137,138)

In het derde boek Schepping werd verteld hoe farao’s uitvoerders waren van het beleid van opperpriesters (p101 e.v.) “Over massa’s oefende hij [de opperpriester] zijn macht uit door middel van valse suggesties... De priesterd bestudeerden in het geheim de wetenschap van het Beeld... Het zijn deze priesters geweest, Vladimir, die de energie van de wederzijdse betrekking tussen de Mens en het Goddelijke levende werk van de Natuur hebben verplaatst naar de door hen bedachte tempels... Het volk raakte verdoofd alsof het onder hypnose was, en volgde in een soort halfslaap elk bevel op... De mensen begonnen de wereld van de Goddelijke natuur te vernietigen.” De priesters onderwierpen de zielen van de mensen. Ze werden aangezet tot “het voeren van oorlogen en het plunderen van steden in naam van God”. Dit gold met name ook voor het ‘uitverkoren’ Joodse volk onder leiding van Mozes. “Het Joodse volk werd gehersenspoeld... Later zou Jezus proberen zijn volk te deprogrammeren.” Maar iedereen weet dat ook tegenwoordig “in Israël kinderen en oude mensen omkomen door terrorisme.”  (p141-145)

Anastasia gaat in op de jodenvervolging door de eeuwen heen. Ze werden beschuldigd van bedrog en samenzwering. “Maar... in hoeverre is de persoon die door de Joden bedrogen werd, zelf rechtschapen?... Wat het Joodse volk betreft, hun plaats had ingenomen kunnen worden door elk willekeurig ander volk uit deze tijd... dat onder invloed was gekomen van die ongekende hersenspoeling... Jezus heeft geprobeerd deze programmering teniet te doen... Hij bedacht een nieuwe godsdienst voor hen... die anders was... Dat we in de ogen van God allemaal gelijk zijn, dat niemand boven een ander staat en dat we onze naaste, en zelfs onze vijand, moeten liefhebben.” Tegenover het geloof van “het uitverkoren volk en dat alle andere volkeren ondergeschikt aan hen zijn” (p146-148)

De leer van Jezus werd veranderd in een leer “om mensen te laten denken dat het leven voorbij het aardse gelukkig zou zijn”. Het christendom werd de Romeinse staatsgodsdienst. De keizer werd heerser bij Gods genade en gebruikte het christendom om hun macht te versterken. Maar Rome werd geplunderd. “’Het christelijke Rome liet de bibliotheek van Alexandrië tot aan de grond toe afbranden, waarbij 700.033 boekdelen in vlammen opgingen... Mensen waren steeds verder verwijderd van hun oerbronnen... Tijdens het Tweede Concilie van Constantinopel werd de leer van de reïncarnatie verdoemd... Om ervoor te zorgen dat de mensen niet meer zouden nadenken over de essentie van het leven op Aarde.” De nadruk kwam te liggen op het leven voorbij het aardse na de dood in een “’zaligmakende hemel”. Priesters bevoordeelden zichzelf als middelaars en maakten mensen bang voor de hel. (p148-149)

Ook Rusland werd bekeerd tot het christendom door vorsten en vorstendommen te creëren, die elkaar bestreden en waarin meester-knecht verhoudingen domineerden.

Er werd een passende godsdienst geboden. “De vorst werd, net zoals de farao, beschouwd als ‘door God gezonden’. De occulte dienaren van de nieuwe religie zouden zijn adviseurs worden, net zoals in Egypte. Alle anderen zouden niet meer dan slaven zijn...De Rus zou voortaan een christelijke natie zijn en alle andere religies werden verboden.” (p168,169) 

Een biorobot of kusntmatig mens als toekomst van de mensheid?

https://pixabay.com/nl/illustrations/ai-gegenereerd-cyborg-vrouwelijk-8269779/  

Tijdperk van het occultisme

Na het Beeldtijdperk volgde de periode van het occultisme. “De mensheid begint enorme hoeveelheden energie te richten op kunstmatige beelden en abstracte werelden die zich buiten de grenzen van het werkelijke leven bevinden.” Met andere woorden: ze leven in een schijnwereld. “Ze slapen nog, maar de kracht van Gods Vedische cultuur komt naar hen terug.... Binnenkort zullen alle mensen ontwaken uit hun hypnotische occulte slaap. Ze zullen terugkeren in de werkelijkheid.” Dat zal dan het volgende tijdperk zijn. (p172) 

De “niet-reële werelden” van elkaar bestrijdende godsdiensten wijken reeds, maar zijn vaak nog hardnekkig en vervangen door seculiere religies zoals het communisme, dat eveneens is geweken (met uitzondering van China, Noord-Korea en Cuba). “Het geloof werd overgeheveld naar het communisme.” (p175)

De laatste tijd is het consumentisme wijdverbreid, aangewakkerd door de media, die ernaar streven om geld te verdienen. “De reclames op de televisie bijv. worden steeds geraffineerder, opdringeriger en agressiever... Maar uiteindelijk is het de televisiekijkende consument die al die reclame betaalt wanneer hij de producten koopt als gevolg van de reclamedruk.” (p178)

“Een groot deel van de mensheid... slaapt op dit moment, en de rest is geprogrammeerd en bestaat uit biorobots in de handen van... de heersers van de wereld.... Bijgevolg is de moderne democratie – een  illusie van de massa’s. Het is het geloof in een onwerkelijke opbouw van de maatschappij.” (p230) 

Gezien de misleidingen en vervormingen in geschiedenis en politiek eindigt het boek met de aanmoediging de eigen familiegeschiedenis te schrijven voor hun nageslacht, zoals in de Vedische tijd.  “Het Familieboek zal helpen de goede tijding over te brengen aan de nakomelingen... De gedachte van het kleinkind... zal opstijgen in de ruimte en versmelten met de gedachte van de grootvader, en er zal een nieuw plan van Zijn ontstaan voor beiden... Binnenkort neemt de mens het Familieboek in handen, en daarin staat geschreven – met de hand van zijn grootvader, grootmoeder, zijn vader en moeder – waarin de bestemming van de mens ligt.” (p219,221-22) 

Bedenkingen 

Megre had zo zijn twijfels en bedenkingen bij hetgeen Anastasia vertelde en had moeite om het over te brengen in zijn boeken. Recente politieke gebeurtenissen deden hem denken aan uitspraken van haar, zoals: “De heersers van grote en kleine staten zijn al sinds de tijd van de Egyptische farao’s de meest onvrije mensen op aarde. Ze brengen het grootste deel, van hun tijd door in een kunstmatig informatieveld en zijn gedwongen zich te onderwerpen aan kunstmatige gedragsrituelen.” Ze hebben geen tijd om na te denken en zich te ontworstelen aan de enorme stroom van informatie en moeten overal snel op reageren. ‘’De president... moet tijd hebben om in zijn eigen tuin te zitten en van daaruit te kijken wat er in het land gebeurt, om dan de binnenkomende informatie te analyseren en van tijd tot tijd een beslissing te nemen... Wat zou er gebeuren... als men onze president de ruimte gaf om rustig na te denken... om af en toe te ontsnappen aan het kunstmatig informatieveld?... De menselijke ziel en zijn Goddelijke essentie verlangen naar iets anders: niet naar een kunstmatig geschapen informatieveld, maar naar de natuurlijke wereld, geschapen door God.” (p185,186,191)

Megre geeft president George Bush jr. die geruime tijd op zijn ranch verbleef als voorbeeld, hoewel Bush niet bekendstaat als een excellerend president zoals Roosevelt, was hij wel religieus, net als Carter. Beide laatste presidenten trokken zich ook geregeld terug op hun vakantieoorden en buitenverblijven. De Camp David akkoorden tussen Israël en Palestina kwamen daar tot stand. (Zie CM 144)

Het uitschakelen van terroristen vernietigt niet de échte organisatoren. Kwaad met kwaad bestrijden is niet effectief. “De levenswijze van de meeste mensen, Vladimir, is een voedingsbodem voor terreur, ziekten, en alle mogelijke rampen... Het leven in grote steden is gericht op de vernietiging van de Mens en op desoriëntatie met betrekking tot de natuurlijke ruimte.” (p194-196)

Islamitische geestelijken verzetten zich tegen “onzedelijkheid, prostitutie en homoseksualiteit die hoogij vieren in westerse landen. “De misdaadcijfers zijn hoog. Het aantal drugsverslaafden neemt met de dag toe.”... In de moslimlanden roken en drinken er veel minder mensen. Er zijn veel minder mensen geïnfecteerd met AIDS... en er is veel minder overspel.” (p198) Er wordt niet bij vermeld dat vrouwen er meer worden onderdrukt. De islamitische wereld bestrijdt bij gebrek aan overmaat aan wapentuig dat het Westen bezit, het Westen met terrorisme. De strijd zal volgens Anastasia echter niet doorzetten omdat mensen zich een nieuw wereldbeeld vormen, met name de lezers van de boeken van Megre.

Er verschijnen echter nogal wat kritieken op zijn boeken. Hij zou ofwel een totalitaire sekte ofwel een commerciële onderneming leiden, die mensen oproept  “hun huizen te verlaten en in de bossen te gaan wonen”. Terwijl Anastasia zegt: “Het is niet nodig om in de bossen te gaan wonen, ruim  eerst de plaats op die je vervuild hebt.” (p204,205, Boek 3, De Ruimte van Liefde, p184-186)

“Anastasia spreekt over een nieuw bewustzijn... een nieuw manier van leven, over de herinrichting van de staat op een perfectere grondslag. Wie kan er tegen dit streven zijn? Alleen krachten die baat hebben bij destructie...” (p207) Zij ziet het niet somber in. Integendeel. “Landen hebben zich verenigd in de strijd tegen terrorisme... In rapporten wordt met voorbeelden aangetoond dat oorlogen en terreur op Aarde door de godsdiensten zelf zijn voortgebracht... De komende tijd zullen de feiten van veel misdaden geleidelijk aan bekendgemaakt worden... Geestelijken van vele religies proberen het religieus fanatisme een halt toe te roepen... en veroordelen het extremisme openlijk... Aan de geestelijke leiders moet bewustzijn verleend worden. Alleen goed nieuws kan de vrede op de hele Aarde herstellen... Ze moeten samen met de mensen proberen de oorspronkelijke kennis terug te halen,.. Verschillende religieuze richtingen kunnen samengebracht worden.” Mensen worden wakker. “Het proces is begonnen en het is niet meer te keren.” (p211-214)

“De poorten naar de wereld van God staan altijd open, we kunnen er altijd doorheen gaan als ons bewustzijn zich van verwarrende illusies bevrijdt.” (p232) Eén van die illusies is democratie. “De menselijke maatschappij is altijd door een minderheid geleid... De spindoctors van verkiezingskandidaten binden met elkaar de strijd aan, gebruikmakend van enorme sommen geld en geraffineerde methoden van psychologische beïnvloeding, door middel van massamedia, televisie en aanschouwelijke propaganda. Hoe hoger ontwikkeld het land is, des te geraffineerder zijn de technische middelen... De overwinning gaat naar het team van spindoctors dat de grootste invloed en de grootste suggestieve kracht heeft.” (p231,232) Als mensen zelfstandig gaan nadenken en hun bewustzijn toeneemt, zijn ze minder beïnvloedbaar. “Als zij zich verenigen, zullen ze grote daden verrichten.” (p233) 

Visie van een nieuwe aarde 

Commentaar en relevante literatuur

Veel van wat Anastasia zegt kan deels worden bevestigd vanuit wetenschappelijke kennis. Wat betreft de betrekkelijkheid en de bedreigingen van de democratie zijn diverse boeken besproken, voornamelijk door Erik Jansen. De ‘ijzeren wet van de oligarchie’ van Robert Michels, geldt ook voor politieke partijen in een democratie, waarin politieke leiders fungeren als oligarchen, zie Zur Soziologie des Parteiwesens in der modernen Demokratie. Untersuchungen über die oligarchischen Tendenzen des Gruppenlebens (CM 101 en 144, daarin staat meer literatuur vermeld over de machtselite en de diverse nummers van CM daarover)

Wat betreft de Vedische periode is een en ander beschreven in CM 122,123,142 wat betreft de India. De Vedische Ariërs trokken rond 1500 v Chr Noord India binnen vanuit Rusland, evenals de latere Griekse volken in Griekenland en andere Indo-Europese volken, van wie de taal, cultuur en religie verwant is en een gemeenschappelijke oorsprong zou hebben, waarover verder weinig bekend is.

Wat betreft de verwevenheid van heerschappij en religie is een en ander beschreven in de bespreking van Hans Joas, De macht van het heilige in CM 120 en van Marcel Gauchet, De onttovering van de wereld: Een politieke geschiedenis van de religie in CM 126. In Deel 3 van deze bespreking komt ook De oorsprong van de politiek: Van de prehistorie tot de Verlichting / The Origins of Politcal Order van Francis Fukuyama aan de orde. Uiteraard is er veel meer over geschreven.

Een belangrijke wending in de oude geschiedenis is de overgang van jagers-verzamelaars naar een hiërachische agrarische samenleving met grote beschavingen zoals in Egypte, Mesopatanië, de Indusvallei en China vanaf pakweg zo’n 7000 jaar geleden, hoewel de overgang geleidelijk en niet wereldwijd is geweest. Er ontstanden toen staten geregeeerd door heersers met steun van priesters, zoals Anastasia beschrijft wat betreft Egypte. Dit zou samengaan met wat zij het Beeldtijdperk noemt. Het Vedische tijdperk zou daaraan vooraf gaan en overeen komen met de culturen van de verzamelaars die ook daarna bleef voortbestaan buiten de genoemde beschavingscentra.

Een andere belangrijke wending is de zogenaamde Spiltijd (Achsenzeit, een term van Karl Jaspers), toen de grote religies en wereldbeschouwingen ontstonden rond 500 v.C. (zie CM 96,120 en 126). De  vraag is of dit samenging met Anastasia’s tijdperk van het occultisme, die meer op een magisch tijdperk lijkt dan een religieus tijdperk, hoewel beide vaak samengaan. Zij geeft geen scherpe definities en afbakening en schrijft dat “occulte dienaren van de nieuwe religie” adviseurs van de heerser waren tijdens het Beelftijdperk.

Het occulte tijdperk kenmerkt zich door “kunstmatige beelden en abstracte werelden die zich buiten de grenzen van het werkelijke leven bevinden”. Het idee van een transcendente werkelijkheid en een meer abstracte filosofische en wetenschappelijke denkwijze kreeg inderdaad geleidelijk gestalte in de Spiltijd, die juist in de plaats kwam van een magisch-mythische denkwijze van voor de ‘onttovering’. In de Vedische tijd was de natuur ‘heilig’ en bezield.

In het Beeldtijdperk kwam er een scheiding tussen beeld en werkelijkheid en werd de werkelijkheid beïnvloed via beelden, zoals ook gebeurt bij magie en occultisme, met name bij wat James Frazer “imitatieve magie” noemt. (The Golden Bough: A History of Myth and Relgion, p11 e.v. Ook Eliphas Levi in The History of Magic schrijft over de rol van “verbeelding” (imagination) bij de “occulte wetenschap”. (p7,40) Meer hierover aan het slot van de bespreking van The Spell of the Sensuous van David Abram (zie CM 145).

Beschrijvingen van archaïsche magische en occulte tijdperken blijven een grijs gebied bij gebrek aan geschreven bronnen, die van later datum zijn. De Indiase Veda’s zijn echter wie weet hoe lang mondeling overgedragen en bevatten oude overleveringen van de Vedische beschaving, die van een andere aard zijn dan de beschrijvingen van Anastasia, maar zich eveneens kenmerken door afstemming op de natuur en natuurkrachten. Wat wij ervan begrijpen, komt vaak niet overeen met hoe het toen werd beleefd.

De opeenvolging van tijdperken van Anastasia is origineel en afwijkend te noemen. Het is interessant om deze te vergelijken met de bespreking van David Graeber en David Wenthrop, The Dawn of everything: A new history of mankind door Patricia van Bosse in CM 122. Daarin staat o.m. “De natuur bood overvloedige voedselmogelijkheden. De belangrijkste voedselbron voor deze groep waren eikels en pijnboompitten.” Zo zijn er meer overeenkomsten. Het komt er vaak op neer dat het niveau van beschaving toen hoger was dan eerder werd verondersteld en het onze er soms schril bij afsteekt.

 

Slotwoord

“Niemand weet... of er nieuwe profeten zullen opstaan, of er een grote wedergeboorte zal zijn van oude ideeën en idealen, of, als geen van beide het geval is, gemechaniseerde verstening, opgesierd met een soort van dwangmatig gevoel van belangrijkheid. Voor de laatste fase van ’Specialisten zonder geest en sensualisten zonder hart’; dit onbetekende wezen meent een niveau van beschaving te hebben bereikt dat nooit eerder is verwezenlijkt... De moderne mens is in het algemeen zelf met de beste bedoelingen niet in staat religieuze ideeën een betekenis te geven... die zij verdienen,” schreef Max Weber aan het eind van De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme.

Het moderne occultisme doet denken aan het fetisjisme van koopwaar, dat Marx beschijft in Das Kapital. Een fetisj is een object met een bijzondere kracht. Moderne mensen hebben zich omringd met verslavende apparaten en communicatiemiddelen door middel waarvan zij worden beïnvloed en afhankelijk gemaakt. Wij leven in een wereld van krachten en invloeden die wijzelf niet meer beheersen. Een wapenwedloop die met een catastrofe dreigt. Kunstmatige intelligentie waarvan de gevolgen niet te overzien zijn. Een ongeëvenaarde concentratie van macht en kapitaal die een schrijnende ongelijkheid bevordert en wereldoverheersing dichterbij brengt. Industriële ontwikkelingen bevorderen de kaalslag van de aarde. Steeds meer soorten sterven uit. In wat voor wereld willen wij leven? In een stedelijke steenwoestijn of in een meer natuurlijke omgeving omgeven door groen en levend water? We kunnen de bakens nog verzetten, voordat een zondvloed ze wegvaagt.