Europa op weg naar een politieke unie

Civis Mundi Digitaal #146

door Erik Jansen

Bespreking van Bas Eickhout, Groen realisme, de internationale strijd voor een radicaal andere economie, Lemniscaat, 2024.
En van Marc de Vos, Grootmacht Europa: De omwenteling van de Europese Unie. Uitg. Ertsberg, 2024.

 

Bas Eickhout zit sinds 2009 in het Europese Parlement en is vicevoorzitter van de Europese Groenen. Daarvoor was hij klimaatonderzoeker bij het RIVM en het Planbureau voor de Leefomgeving, en schreef mee aan de IPCC-klimaatrapporten. In dit boekje legt hij in het kort uit waar de schoen wringt: er rest ons weinig tijd voor echt klimaatbeleid dat vooral van de EU moet komen, maar de politieke constellatie binnen de EU is niet gericht op daadkrachtig doorpakken. De opkomst van radicaal rechts verlamt de bereidheid in het politieke centrum (Christen Democraten, Sociaal Democraten en Liberalen) om leiderschap te tonen en sturing te geven aan de noodzakelijke transitie van de economie. Toch hoopt hij op meer leiderschap van de regeringsleiders.

Volgens Marc de Vos dwingen de omstandigheden de EU-landen tot samenwerking en komt de politieke EU er toch wel, al wordt dat niet hardop gezegd. Wel maakt hij zich zorgen over het gebrek aan legitimiteit en afbrokkelend vertrouwen binnen de EU.

 

De EU als markt
Hoewel er enkele bevlogen momenten zijn geweest in de geschiedenis van de Europese Unie, is de praktijk toch die van de kleine stapjes: technocratisch bouwen aan een gemeenschappelijke markt zonder al te veel politieke vergezichten en hoogdravende taal. Het vergroten van de economische ruimte en het stelselmatig afschaffen van belemmeringen die een open concurrentie in de weg staan, is het bread-and-butter van de EU. Deze a-politieke werkwijze heeft veel opgeleverd, maar heeft nog niet geleid tot een politieke unie. De belastingheffing is bijvoorbeeld nog steeds het domein van de lidstaten en Ursala von der Leyen (voorzitter Commissie) en Charles Michel (voorzitter Europese Raad) vechten elkaar de tent uit als er een bezoek gebracht moet worden aan Oekraïne of Israël.

Eickhout heeft lang geloofd dat er op die technocratische manier veel bereikt kan worden. Door een gelijk speelveld te creëren binnen de grote Europese ruimte (450 miljoen inwoners) en een uniforme regelgeving te implementeren voor productkwaliteit en gezondheidsnormen, is de EU leidend geworden voor het internationale bedrijfsleven. Ook de Amerikaanse en Chinese producenten letten erop dat hun producten voldoen aan de Europese normen.

Voor de energietransitie wordt dezelfde systematiek ingezet: door CO2 te beprijzen met het ETS (European Trading System) moet de markt zelf het werk doen. Aanvullende normen worden alleen geformuleerd als ze ‘technisch-neutraal’ zijn, dwz. dat de landen en bedrijven zelf kunnen beslissen hoe ze aan die EU-normen willen voldoen. Zo worden er in Europees verband normen gesteld aan de uitstoot van stikstof, maar de lidstaten mogen zelf beslissen hoe ze die uitstoot terugbrengen. Dat geeft enerzijds de nodige politieke ruimte, anderzijds ook wel enige verwarring want de nieuwe coalitie in Den Haag meent bijvoorbeeld nog steeds dat er nog veel mogelijk is door het bewerken van Brussel, wat natuurlijk niet waar is, tenzij de Raad en Commissie door de knieën gaan voor een populistische meerderheid.

 

Industriepolitiek
Bas Eickhout meent echter dat de ‘bottom-up’ methode via de markt te langzaam werkt en dat het beter zou zijn meer ‘top-down’ te werk te gaan. Bijvoorbeeld door veelgebruikte maar schadelijke drijfgassen voor koelkasten, warmtepompen en airco’s direct uit te sluiten, of de verkoop van auto’s met verbrandingsmotor na 2035 te verbieden. Helaas stuiten beide voornemens op tegenstand omdat ze indruisen tegen het ‘technisch-neutraliteits’ principe. Het is namelijk technisch ook mogelijk om met bio-fuels (uit biomassa) of electro-fuels (uit waterstof) op net-zero-emissies uit te komen voor het personenvervoer, maar dat betekent wel dat er meer waterstof ingezet moet gaan worden, terwijl de industrie, het vrachtverkeer, de scheep- en luchtvaart al enorme hoeveelheden waterstof nodig zullen hebben, waardoor er feitelijk geen waterstof meer over is, en die ook nog een factor 5-7 te duur zal zijn voor de particuliere auto’s. Dus beter maar meteen concrete maatregelen nemen ten gunste van elektrische auto’s. Maar Duitsland ligt dus dwars.

Ook leveren uniforme normen binnen Europa niet altijd de meest efficiënte oplossing, omdat de lidstaten zelf kunnen bepalen hoe ze aan de normen willen voldoen. Terwijl Duitsland miljarden uitgeeft om haar laatste kerncentrales te sluiten, reserveert de Nederlandse regering miljarden om nieuwe kerncentrales te openen. Het totale resultaat: eenzelfde aantal kerncentrales maar miljarden door de ‘drain’. Evenzo kunnen landen afzonderlijk faciliteiten scheppen om de overtollige duurzame elektriciteit om te zetten in waterstof (als buffer) maar in Europees verband zou ook het elektriciteitsnetwerk verzwaard kunnen worden, zodat verschillen in zon- en windkracht over de regio’s beter vereffend kunnen worden. Ook met ‘kritische’ materialen kan ieder land afzonderlijk deals sluiten met grondstofproducenten maar er is ook veel te winnen met een centrale coördinatie, zoals met de Raw Materials Act (RMA) beoogd wordt. In de coronatijd lukte het om een onderling gevecht om de schaarse vaccins zo veel mogelijk te voorkomen.

Ook de landbouwtransitie en het reduceren van de veestapel zou efficiënter aangestuurd kunnen worden. Het wachten tot voldaan wordt aan de eisen voor stikstof, ammonia en methaan, kan wel eens te lang gaan duren. Ook het verschaffen van gratis emissierechten aan de eigen industrie heeft niet stimulerend gewerkt. Het onverwachte succes van de windenergie heeft de geplande krimp van de beschikbare ETS-ruimte opgevangen, waardoor de industrie nu twee decennia al op zijn handen heeft kunnen zitten.

 

Andere economie
De markt is een efficiënt mechanisme, maar bevordert de zittende macht, de bestaande bedrijven. Die kunnen veel tijd en geld besteden aan het lobbyen in Brussel. Nieuwe groene bedrijven en startups met potentieel grote kansen, hebben het veel moeilijker. Dus zijn er niet alleen concrete maatregelen nodig op produktniveau (bv. het verbieden van personenauto’s met verbrandingsmotor) maar ook op bedrijfs- en sectorniveau. De oliemaatschappijen moeten gedwongen worden om hun fossiele energie op termijn af te bouwen. Dat zou ook voor die bedrijven veel helderheid scheppen. Nu is het afwachten of de net-zero uitstoot in 2050 nog wel politiek overeind blijft, ondertussen blijven de oliebedrijven speculeren op CO2 afvang, en ze wachten met de energietransitie tot de voldongen feiten zich gaan voordoen: als de benzinepompen in 2050 gesloten worden, staat alles stil. Dus dat zal niet gebeuren, denken ze.

Ook als straks blijkt dat net-zero in 2050 niet haalbaar is en er feitelijk een degrowth programma geïmplementeerd moet worden, zou het beter zijn nu al vast na te denken over welke industrieën op den duur levensvatbaar zijn en welke bedrijven beter tijdig beëindigd kunnen worden. Zo zou de productie van kunstmest uit aardgas beter meteen verboden kunnen worden.

Ook moet de belastingheffing over de landen beter op elkaar afgestemd worden. Om belastingontwijking (Monaco, Lichtenstein, Luxemburg) te ontmoedigen moeten de tarieven Europees worden geüniformeerd. Het is ook te gek dat Brabantse en Limburgse boeren in België rode diesel tanken, terwijl de rode diesel in Nederland in 2013 net is afgeschaft (behalve voor de scheepvaart) en door de nieuwe coalitie in Den Haag weer wordt voorgesteld, terwijl die maatregel veel administratieve heisa geeft, fraudegevoelig is, en feitelijk puur cliëntelisme is voor de boeren. Ook zouden de vrijstellingen van accijnzen op diesel en kerosine binnen de Europese ruimte voor de scheep- en luchtvaart moeten verdwijnen. En alle belemmeringen in het treinverkeer (andere spoorbreedtes, spanningsverschillen, beveiligingssystemen, kaartsystemen) moeten eens onder handen genomen worden, anders blijft het tobben met het internationale treinverkeer. Ook pleit Eickhout voor meer ruimte voor een eigen investeringsagenda van de EU, dus niet alleen indirect via de lidstaten maar direct vanuit Brussel. Ook noemt hij meer middelen voor Brussel en een lastenverschuiving van arbeid naar kapitaal en energie als een wenselijke optie.

 

Geopolitiek
Eén van de zwakke plekken van Europa is onze afhankelijkheid van grondstoffen van landen buiten Europa, zoals China, Brazilië, en Afrika. Het voorbeeld van het Russische gas geeft al aan hoe kwetsbaar Europa is in tijden van conflicten. Idem dito voor de zeldzame materialen die nodig zijn voor autobatterijen en windmolens. Om te verhinderen dat de grote lidstaten voor hun eigen strategie gaan, met als effect dat de prijzen opgedreven worden, loont het om de grondstoffen strategisch te verzekeren via een collectieve politiek. Dat vraagt een veel actievere en proactieve houding van de EU.

Die rol kan de EU alleen spelen als de Commissie meer bevoegdheden krijgt (dat de VS weten wie ze in Europa moeten bellen, zoals Kissinger al opmerkte). De Commissie zit echter klem tussen de Raad (de regeringsleiders) en het Europese parlement (de volksvertegenwoordigers). De Raad heeft in de meeste gevallen een doorslaggevende stem, en de Commissie checkt van tevoren uitgebreid of bepaalde voornemens wel door de (grotere) landen worden gesteund, alvorens ze deze maatregelen aanbieden bij het Europese Parlement. In die constellatie pleit Eickhout niet voor meer bevoegdheden van het Europese Parlement, zoals de Tweede Kamer bij ons de regering kan controleren, maar hoopt wel op meer leiderschap van de Raad in het nemen van stappen in de richting van een politieke unie. Als we over tien jaar terugkijken zullen die stappen volgens hem logisch lijken, terwijl we er nu tegen aan hikken.

 

Politiek zwaar weer
Terwijl de EU steeds meer een economische en politieke noodzaak wordt, groeit het populistische ‘Brexit’ sentiment om alles op nationale schaal dicht te timmeren. De EU is ook niet erg populair. De instroom van asielzoekers en arbeidsimmigranten, het verdwijnen van lokale bedrijvigheid door de globalisering, het gezeul met dieren door Europa om een paar cent te besparen, het gesjoemel rond het stabiliteitspact (max. begrotingstekort en staatschuld), het ellenlange gedraal tot de laatste regeringsleider (Orban) akkoord is, het overwicht van de grote landen, de technocratische aanpak, dit alles maakt dat de Europese politiek geen warm plekje heeft in onze harten.

Eickhout meent dat de EU aan geloofwaardigheid zou winnen als de zware vervuilers wél zouden worden aangepakt, als de lagere inkomens wél zouden worden ontzien en geholpen met verduurzaming, en de burgers meer directe invloed krijgen. Gelijktijdig constateert hij ook dat de EU-bureaucratie en de overheid in het algemeen niet hoog scoren wat betreft doelmatigheid, waardoor de keuze voor eigen vrijheid vaak aanlokkelijker is dan collectieve wijsheid (ten gunste van andere landen).

 

 

Grootmacht Europa
Marc de Vos, hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel, publiceert zeer regelmatig over de Europese integratie, hervormingen van de arbeidsmarkt en over pensioenen. Hij is optimistisch over de EU en ziet een omwenteling gaande, niet zozeer gedreven door een sterke politieke wil of overtuiging, maar door de omstandigheden. Hij ziet drie parallelle ontwikkelingen:

1) van een economische unie naar een geostrategische unie,

2) van een waardenunie naar een machtsunie, en

3) van een marktproject naar een staatsproject.

Deze historische transformatie is noodzakelijk en wenselijk, en volgens hem onvermijdelijk. We moeten ons niet langer alleen verhouden met hoe we zelf binnen Europa met elkaar omgaan, maar ook hoe we met de wereld buiten Europa omgaan. De klimaatcrisis (en energietransitie), de oorlog in Oekraïne, en de groeiende macht van China, vragen om een actieve geostrategische rol van de EU. Hij ziet alleen wel een conflict tussen technocratie (zoals de EU nu werkt) en democratie (binnen de deelnemende landen). De EU moet zich daarom opnieuw uitvinden, anders dreigt een legitimiteitscrisis.

 

De EU als economische unie
De EU heeft de afgelopen decennia geijverd voor een vrije markt en vrije handel met de rest van de wereld. Veel landen hebben handelsakkoorden gesloten met de EU om vrije toegang tot de EU te verkrijgen. De EU was dan ook een warm voorstander van het globalisme en van wat genoemd wordt de ‘Washington Consensus’: vermarkting van overheidstaken, liberalisering en vrijhandel. Het idee was dat met de gestegen welvaart elders en de toegenomen culturele uitwisseling de Westerse vorm van democratie vanzelf wel zou gaan overheersen.

Helaas worden we wakker in een wereld met autocratische regimes, die hun macht op een strategische manier inzetten, en eerder wegdrijven van de democratie. China is nu de tweede economische grootmacht in de wereld, beheerst 90% van de zeldzame materialen die nodig zijn voor de energietransitie, kent geen democratie, onderdrukt minderheden, en bedreigt Taiwan. Rusland dreigt Oekraïne te vernietigen. Het noodzaakt de EU om zich meer geostrategisch op te stellen. Met het einde van de globalisering worden handelsrelaties per definitie geopolitieke relaties.

 

De EU als waardengemeenschap
De EU is ook een waardengemeenschap geworteld in de idealen van de Verlichting. Er gelden daarom formele eisen voor toetreding tot de EU. Die eisen gaan over grondrechten, de organisatie van de rechterlijke macht, persvrijheid en rechten van minderheden. We zien al dat veel Oost-Europese landen hier geen belangstelling voor hebben en hun deelname aan de Unie vooral vanuit financieel oogpunt bekijken. Door die landen niet te redresseren, kiest de EU nu feitelijk al voor een geostrategisch partnerschap boven een waardengemeenschap, in de hoop dat die lidstaten gaandeweg zich naar de Westerse normen zullen plooien. De vraag over verbreding of verdieping wordt dus consequent beantwoord met verbreding. Dan komt ook telkens de vraag over Turkije weer langs. Turkije is nu al 25 jaar kandidaat-lid en de besluitvorming blijft steken.

Marc de Vos suggereert om verschillende vormen van lidmaatschap te definiëren. Dat zou de huidige hybride situatie wat duidelijker maken. In ieder geval kunnen we concluderen dat de veronderstelde link tussen meer economische vrijheid en welvaart, en meer politieke vrijheid en meer individualisme, proefondervindelijk heeft gefaald. De geschiedenis is teruggekeerd en de dromen zijn voorbij.

 

De EU als machtsunie
Zo’n tachtig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog moeten we nu in Europa onze eigen verantwoordelijkheid nemen. We kunnen onze collectieve veiligheid niet meer uitbesteden aan de Verenigde Staten, met of zonder Trump in het Witte Huis. Europa moet naast Amerika  kunnen staan. De Europese Unie kan zich daarom geen geopolitieke verdeeldheid meer veroorloven. Er moet veel meer samengewerkt worden op het gebied van cybercriminaliteit en contraspionage. En natuurlijk moet het Europese Defensiefonds worden versterkt als coördinatiemechanisme tussen de afzonderlijke krijgsmachten voor de materiële uitrusting.

Macht en veiligheid maken de EU vanzelf ook een grenzenunie. De explosieve demografische realiteit buiten Europa en de diverse oorlogen zullen ons confronteren met ongebreidelde vluchtelingenstromen. Het EU-migratieakkoord is nog maar een eerste stap. Door de veranderde wereld is de Europese Unie vanzelf een veiligheidsproject geworden, wat inhoudt dat actief geopereerd moet worden, ook buiten Europa, om vluchtelingenstromen te verminderen.

 

De EU als protofederale staat
Het primaat van de geopolitiek betekent ook dat de EU, om strategische keuzes te maken op het gebied van veiligheid, klimaat en industrie, de Europese economie moet kunnen sturen. De Commissie is feitelijk al hard bezig met het maken van plannen. We kunnen denken aan de volgende initiatieven:

-          De Europese Green Deal: streefdoel klimaatneutraliteit in 2050. 600 miljard euro subsidies tot 2027. Met ‘Fit-for-55’ gaat de EU al veel verder dan alleen kaders scheppen

-          De Biodiversiteitsstrategie: economische ontwikkeling ondergeschikt maken aan biodiversiteitsdoelstellingen

-          Actieplan Circulaire Economie: recht op reparatie, duurzaamheidscriteria, minder plastic, recycling, nieuwe businessmodellen voor duurzaamheid

-          Europese industriële strategie: sturing in sectoren als ruimtevaart, defensie, agro-industrie, digitale industrie, energie-intensieve industrie, mobiliteit

-          IPCEI: projecten van strategisch belang: o.a. batterijen en waterstof

-          Europese strategie voor economische veiligheid: fysieke en cyberveiligheid van kritieke infrastructuur

-          Kritieke grondstoffen: winning en verwerking van zeldzame materialen

-          Netto-nul industrie (NZIA): technologie voor de energietransitie: duurzame energie en opslagtechnologie

Dit is alles is niet zwart-wit, maar de tijd dat de EU zich kon beperken tot inkomenssteun voor boeren en fondsen voor regionale ontwikkeling van achtergestelde gebieden is voorbij. Niet alleen de sociale zekerheid (sinds Lissabon 2007) en het klimaat zijn beleidsterreinen, ook de Europese markt zelf wordt in toenemende mate ingezet voor strategische doeleinden: geopolitieke, ecologische en technologische prioriteiten.

Sinds de eurocrisis is de Europese Centrale Bank de permanente ‘kredietverlener in laatste instantie’ en heeft meer dan 700 miljard ‘relance’ geld via het Europees Herstelfonds beschikbaar gesteld. De EU, die voorheen haar lidstaten budgettair moest disciplineren, financiert en faciliteert nu zelf begrotingstekorten in Europa. De euro is niet langer een instrument voor begrotingspolitiek maar voor schuldenpolitiek: de kracht en flexibiliteit van de euro maken meer staatschuld mogelijk dan de financiële markten zouden tolereren van individuele landen. Terwijl de progressieven en groenen het klimaat- en natuurherstelbeleid omarmen, staan de conservatieven en liberalen positief ten opzichte van het industrieel- en veiligheidsbeleid.

 

Legitimiteit
Daarmee verschuift de agenda van de EU van het bevorderen van de integratie van lidstaten naar het faciliteren van economische en politieke agenda’s. Daarmee wordt het wel veel moeilijker om alle kikkers in de wagen te houden. Specifieke subsidies voor zeldzame materialen of voor batterij-productie komen al snel uit bij de grote landen zoals Duitsland en Frankrijk. De gelden van het Corona-steunfonds gingen vooral naar Italië en Spanje. Dat geeft scheve ogen, en dus minder ‘schaal’ en meer ‘versnippering’, minder cohesie en meer spanning.

Ook het cliëntelisme zal toenemen, waarbij ieder land probeert het schip met geld binnen te halen voor strategische investeringen op het gebied van de chipindustrie, de waterstof economie, de defensie-industrie. Als de economische groei in Europa tegenvalt, en Europa achterblijft in de gigantische technologische en ecologische transitierace (denk aan Biden’s IRA), dan zullen de afzonderlijke lidstaten nog meer neigen naar nationalisme en protectionisme.

Europa had al een democratisch tekort, omdat het Europese Parlement feitelijk geen macht heeft en vrij anoniem is voor de gemiddelde burger. Als de Commissie meer macht naar zich toetrekt, botst dat met de eigen democratische waarden. Als de strategische transformatie van de Europese Unie niet passend institutioneel in de Unie wordt verankerd en ondersteund, dreigt Europa strategisch kwetsbaar te worden voor externe feiten, voor interne verdeeldheid of simpelweg voor mission overload.

Marc de Vos komt dan met de volgende aanbevelingen:

-          Geef de EU meer slagkracht door meer EU-belastingen in plaats van meer schulden te maken via de ECB.

-          Vernieuw de beslissingsregels in de EU zodat de veto’s van individuele landen in de Raad vervallen. Kies voor minder commissarissen in de Commissie, en versterk het Europese Parlement.

Dit vraagt wel een nieuwe grondwet, wat ongetwijfeld de nodige weerstand zal wekken, maar de omstandigheden dwingen de EU, goedschiks of kwaadschiks.

 

Conclusie
Beide auteurs zijn het met elkaar eens: de EU kan en moet meer politiek worden: de omstandigheden dwingen ons. Bas Eickhout ziet voornamelijk positieve ontwikkelingen, Marc de Vos ziet dat er al veel gebeurt, maar is voorzichtiger en waarschuwt voor cliëntelisme en verdeeldheid. Opmerkelijk is dat de financiële zorgen naar aanleiding van de eurocrisis (2009-2015) weer naar de achtergrond zijn verdreven. De Griekse rente is nu ongeveer gelijk aan de Italiaanse en Spaanse rente (ca. 3,5%).