Illustratie

Civis Mundi Digitaal #21

oktober 2013

Inhoudsopgave

Wereldgebeuren sinds de jaren ’60. Van linkse dominantie naar liberale triomf een toelichting
Wim Couwenberg

Dit boek is voor abonnees van Civis Mundi nog steeds verkrijgbraar tegen een gereduceerde prijs (10 euro per exemplaar plus verzendkosten) Voor een toelichting op dit boek, lees verder.

 

 

Thema 1: Mens- en wereldbeelden

Zijn uitvoerige en grondige bespreking van het boek van de filosoof prof Koo van der Wal ‘Nieuwe Vensters op de Werkelijkheid’ in Civis Mundi, 21, 2013 rondt prof Harm Bart af met een aantal kritische vragen bij de ingrijpende herziening van het klassiek-moderne natuurbeeld in dat boek. Het gaat er bij die herziening om de omtrekken te schetsen van een heel ander natuurbeeld, zoals zich dat de laatste halve eeuw aftekent in de natuur- en levenswetenschappen. In lijn hiermee wordt bovendien afscheid genomen van het gemechaniseerde en reductionistische wereldbeeld, dat eeuwenlang in wetenschap en filosofie dominant is geweest en ook in de alledaagse denkwereld is doorgedrongen met de huidige milieucrisis als gevolg. Alle reden voor de auteur van dit boek om zowel in theoretisch als praktisch opzicht uit te zien naar een ander en meer adequaat natuurbeeld. De recensent toont veel waardering voor deze eerste verkenning in die richting, maar heeft daar zoals gezegd wel een aantal kritische vragen bij, waarbij vooral de vraag intrigeert hoe dat meer adequate en rijkere natuurbeeld en de daarbij behorende andere omgang met de natuur operationeel te maken. Zal het werken? Zal het aanslaan bij techneuten, technocraten, beleidsmakers en het grote publiek? Harm Bart gaat er vooralsnog vanuit dat het klassiek – moderne natuurbeeld met het daarmee samenhangende reductionische denken nog heel lang de overhand zal houden. Van der Wal gaat in zijn bijdrage onder dit thema in op al zijn kritische vragen en signaleert aan het slot dat in dat door hem gekritiseerde natuurbeeld aanzienlijke barsten opvallen, bijvoorbeeld in de medische wereld; alleszins reden om minder pessimistisch te zijn, vindt hij.

 

Traditionele essentialia van het mens-zijn als geest, ziel, bewustzijn, vrij wil en dergelijke zijn onder invloed van het wetenschappelijk materialisme en het neurobiologische determinisme als extreme uiting daarvan sterk omstreden geraakt. Onder dit thema vestigen wij met het oog hierop de aandacht op twee nieuwe boeken die hierop een heel ander licht werpen, in eerste plaats het boek van Gerrit Teule over de evolutie van geest, ziel en bewustzijn als natuurlijk proces. Geest en ziel concipieert hij als de binnenkant van het natuurlijk elektromagnetisme en dat laatste uiteraard als de buitenkant daarvan. Natuurkunde gaat over alles wat in de natuur bestaat. En daartoe behoort in zijn visie naast de materiële ook de geestelijke wereld. Natuurkunde en psychologie worden in dit boek geïntegreerd tot een universele ‘psychofysica’ en het begrip materie verandert in samenhang hiermee in ‘psychomaterie’. Geest en materie, ziel en lichaam, bewustzijn en hersenen komen in zijn visie over als twee zijden van één medaille.

Volgens Teule tendeert de logica van de natuurkunde en de informatica naar wat hij presenteert als een universele en diepe psychologie. De psycholoog Ruud van Wees wijdt in dit nummer aan dit bijzondere boek een grondige bespreking.

De bekende psychiater Herman M. van Praag heeft een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. Zo’n vijftig jaar geleden stond de biologische psychiatrie in zijn leven centraal als ambitie en verrichtte hij in zijn vak in Nederland pioniersarbeid. Maar biologie is voor hem niet langer alfa en omega om het menszijn te determineren. Zo komt hij in het onder dit thema besproken boek nadrukkelijk op voor traditionele essentialia van ons menszijn als geest, ziel, vrije wil en zingeving en gaat hij daarmee volop de intellectuele strijd aan met onverbiddelijke reductionisten in de nu toonaangevende hersenwetenschappen, in Nederland aangevoerd door Dick Swaab. Anders dan Teule in zijn boek erkent Van Praag wel dat we bij ontleding van begrippen als geest en ziel op iets mysterieus stuiten. We besluiten dit thema met een korte notitie over de vraag of de metafysica dood is.

Ben ik een monster of ben ik een mens? (I)
Hugo Verbrugh

Bespreking van: Ruud Abma, De Publicatiefabriek. Over de betekenis van de affaire Stapel Uitgeverij Van Tilt, Nijmegen 2013

Thema 5: Het crisiskarakter van deze tijd

We leven in een crisistijd. Er is een milieu-, energie-, klimaat-, grondstoffen,- en voedselcrisis. Er is een financieel-economische crisis, ook wel vriendelijker voorgesteld als een heel complex aanpassingsproces. En er is voorts een identiteitscrisis gaande: een religieus-culturele, politiek- ideologische en nationale identiteitscrisis. Die stapeling van crises is een niet geringe belasting van deze tijd. Maar dat wordt ook geïnterpreteerd als een zegen, want een ideale voedingsbodem voor noodzakelijk geworden transitieprocessen.

Thema 5.1: Religieuze identiteitscrisis

Traditionele godsdiensten, ontstaan in een premodern geestesklimaat en met godsdienstige noties die daardoor gestempeld zijn en blijven, worden met het doorzetten van de uitgangspunten van de moderniteit als nieuw beschavingstype meer en meer als een Fremdkӧrper ervaren. Daardoor is onder veel oorspronkelijk traditionele gelovigen een religieuze identiteitscrisis ontstaan. Rond traditionele religieuze zekerheden groeien twijfel en onzekerheid. Die crisis culmineert in de vraag, of er genoegzame redenen zijn om nog te blijven geloven in het door die godsdiensten gepredikte beeld van God. In de predigitale editie van Civis Mundi is als reactie op die religieuze identiteitscrisis al herhaaldelijk in themanummers gezocht naar een adequaat antwoord daarop.

In nummer 20 van Civis Mundi is in het voetspoor van de Duitse filosoof Jürgen Habermas de vraag ter discussie gesteld of we op weg zijn naar een postseculier ontwikkelingsperspectief van de moderniteit. In nummer 21 reageerde Paul Cliteur hierop in een breed opgezet commentaar, waarin de hele problematiek, die verband houdt met de spanningsrelatie tussen moderniteit en religie langs komt. In dit nummer volgt een reactie van de theoloog en publicist Ralf Bodelier. Hij doet daarin verslag van zijn ontwikkelingsgang in levensbeschouwelijk opzicht van katholiek naar zelfverklaarde atheïst in 2001 en terug naar een, nu nieuw beleefd type katholicisme, dat meer open staat voor de wereld en haar noden en meer bescheiden is en dat hij belichaamd ziet in Paus Franciscus, in wiens optreden hij meer ziet dan een charme offensief om het negatieve imago van zijn kerk als gevolg van allerlei recente misstanden om te buigen in positieve richting.

Uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt, dat bijna de helft van volwassen Nederlanders geen religie meer aanhangt. Van kerkelijke zijde probeert men die ontwikkeling te pareren door uiterlijke aanpassing aan de geseculariseerde mentaliteit van onkerkelijk en ongelovig Nederland. In lijn hiermee ligt ook recent de kerstviering van de EO als tv spektakel. Als antwoord op de religieuze identiteitscrisis breekt Hans Feddema in dit nummer een lans voor inhoudelijke boven uiterlijke vernieuwing van de kerk. En wijdt hij een korte notitie aan de herontdekking van de ziel, wat in dit verband ook relevant en intrigerend is.

Naar een ervaringstheologie van het kwetsbare leven. Een opmerkelijke vrijzinnige visie op de hedendaagse theologie
Wim Couwenberg

Bespreking van: Christa Anbeek, Aan de heidenen overgeleverd. Hoe theologie de 21e eeuw kan overleven. Uitgeverij Ten Have, Utrecht

Thema 6: Staatkundige innovatie en staatkundige problemen

Thema 6.1: Staatkundige innovatie/periodiek onderhoud democratie

Hoe onvolmaakt democratieën in de praktijk ook functioneren, niettemin is een democratische vorm van regeren en besturen in principe de minst slechte, althans in landen die de opbouwfase van staatsvorming voorbij zijn. Wel vergt democratie periodiek onderhoud. En dat wordt door het politieke establishment graag op de lange baan geschoven. Politici van rechts en links die deel uitmaken van de gevestigde orde, zijn immers geneigd zolang mogelijk vast te houden aan vertrouwd geraakte structuren en procedures, hoe problematisch die ook geworden zijn en dus doof voor de roep om daarin verandering te brengen. De Nederlandse politiek is daarvan een treurig voorbeeld. Er blijkt nu echter ineens een herlevende politieke interesse voor staatkundige innovatie. Het CDA, dat daar jarenlang wars van was, heeft zich nu bekeerd en breekt onder meer een lans voor een gekozen burgemeester. De vraag is alleen hoe dat staatsrechtelijk vorm te geven. In dit nummer een bijdrage waarin de verschillende modaliteiten van een gekozen burgemeester toegelicht worden. Daarbij wordt tevens in het licht gesteld dat een rechtstreeks gekozen burgemeester op een eigen verkiezingsprogramma de beste manier is om de lokale verkiezingen te denationaliseren.

Thema 6.2: Staatkundige en constitutionele problemen

De leer van de trias politica wordt in de politiek, in de media en in het onderwijs over ons staatsbestel als constitutionele norm nog steeds openlijk beleden, hoewel die leer in onze staatsrechtelijke literatuur al heel lang is afgezworen. We staan hier voor een opmerkelijke paradox, ook in de staatsrechtbeoefening zelf die te maken heeft met de theoretische zwakte van de staatsrechtbeoefening in Nederland. Dat laatste maakt op zijn beurt deel uit van de theoretische zwakte van de geestes- en maatschappijwetenschappen in dit land; een zwakte die in dit nummer opnieuw aan de orde komt onder de rubriek Discussieforum.

Een pijnlijk gevolg van die theoretische zwakte van de staatsrechtbeoefening in Nederland is nog steeds een weinig doorzichtig staatsrechtelijk systeem. Over de grondslagen en structuur ervan lopen de meningen dan ook tot in onze tijd sterk uiteen, zoals bijvoorbeeld over de legitieme basis, dus de bron, van het Nederlandse staatsgezag, en de vraag waar de hoogste macht gelegen is. Dat heeft ertoe geleid dat er geen eenduidige staatsrechtelijke interpretatie bestaat over het karakter van het Nederlandse staatsbestel. Men kan wat dit betreft nog steeds meerdere interpretaties en kwalificaties onderscheiden, die in dit nummer nader toegelicht worden.

Wat de leer van de trias politica betreft: die is inmiddels opgevolgd door een nieuwe visie op de politieke machtsstructuur waarin liefst zes machten onderscheiden worden, met als criterium de reële politieke invloed die direct of indirect wordt uitgeoefend op politieke besluitvorming. Tevens wordt in dit nummer gereageerd op de recente herdenking van de Nederlandse grondwet van 1814, de eerste grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden, maar niet van de Nederlandse staat.

Thema 10: Vragen van leven en dood

De secularisering van onze moderne cultuur heeft niet alleen geleid tot vervaging en verdwijning van het traditioneel-christelijke hiernamaalsperspectief, maar ook tot verdringing van de dood als levensmysterie. De laatste tijd verandert dit laatste. Zo is er hernieuwde aandacht voor vragen rond de dood en de omgang daarmee, i.h.b. voor rituelen met betrekking tot dood en afscheid nemen. In vorige nummers hebben we onder dit thema de mogelijkheid open gehouden, dat de dood toch niet het laatste woord is, al is daarop geen hoop als we de wereld uitsluitend door een positief wetenschappelijke bril bekijken, zoals ook de verpleeghuisarts Bert Keizer doet in zijn vorig jaar verschenen boek over vragen van leven en dood. In dit nummer wordt daaraan een uitvoerige bespreking gewijd. Het wordt geïnterpreteerd als een pleidooi voor illusieloos leven en sterven als levens-en stervenskunst. Daarna een korte notitie over een boek van een kinderarts met een pleidooi voor een versoepeling van de euthanasiewet voor kinderen.

Thema 11: Filosofie van de levenskunst

Filosofie van de levenskunst is bij de digitale voorzetting van Civis Mundi opgenomen als een van de discussiethema’s. We haakten daarmee in op het reveil van een vertrouwde en klassiek opvatting van filosofie, namelijk de praktisch gerichte filosofie van de levenskunst, het filosofisch doordenken van het alledaagse leven. Het is een filosofie die mogelijkheden aanreikt voor de vormgeving van het eigen leven en hulp biedt bij het nadenken over de grote levensvragen in een ontwikkelingsfase van de moderniteit waar daaraan groeiende behoefte is. Met de postmoderne cultuurkritiek op de grondslagen van de moderniteit en de nihilistische effecten daarvan herleeft namelijk een existentiële behoefte aan meer geestelijke en sociale samenhang en hernieuwde bezinning op zingeving.

 

In dit nummer wordt in het kader van de filosofie van de levenskunst een intrigerende vraag aan de orde gesteld, namelijk de vraag hoe luxe zich verhoudt tot levenskunst. Daarbij wordt uitgegaan van het standpunt van de stoïcijnse filosoof Seneca. Voor een bestaan gewijd aan levenskunst moet, zo vindt deze wijsgeer, luxe vermeden worden. Want dat maakt overmoedig en wekt eerder gefrustreerde verwachtingen dan dat het tot geluk leidt.

Thema 13: Lage landen problematiek

Onder dit thema publiceren we bijdragen over de politieke problematiek en toekomst van België, de relaties tussen Nederland en Vlaanderen en de Benelux problematiek. In dit nummer een korte reflectie over de toekomst van België naar aanleiding van een recent boekje hierover. Voorst een korte notitie over de vraag of het Nederlands als wetenschapstaal nog toekomst heeft.

Thema 15: Ideologische profilering

Onder dit thema hebben we geprobeerd een discussie te entameren over nostalgie naar ideologische profilering in de Nederlandse politiek. Die nostalgie bleek echter niet meer te leven. Die poging is dus mislukt. In Amerika zien we daarentegen een zekere ideologisering van de politiek die voorheen ontbrak. Dankzij de ontwikkeling van de liberale ideologie tot een gemeenschappelijk politiek geloof is Amerika in zijn binnenlandse politiek namelijk verschoond gebleven van de antiliberale polarisatieprocessen in Europa. Voor de belangrijkste antiliberale stromingen in Europa zoals het klassieke conservatisme, het socialisme en communisme en het christelijk confessionalisme (nu christen-democratie) ontbrak daar de nodige politieke voedingsbodem om tot ontplooiing te kunnen komen. Anders dan in Europa is partijvorming in Amerika derhalve niet de expressie van ideologische tegenstellingen. Politieke strijd richt zich daar hoofdzakelijk op de vraag hoe die gemeenschappelijke liberale ideologie in de politieke praktijk het best operationeel te maken valt met pragmatisme als belangrijkste richtsnoer. Als filosofische stroming - waar is wat werkt - is pragmatisme ook de belangrijkste Amerikaanse bijdrage aan de westerse filosofie. Wel steken ook in de Amerikaanse politiek periodiek polarisatieprocessen de kop op. Maar daarbij gaat het niet zozeer om ideologische, maar om machtspolitieke en programmatische tegenstellingen. Sinds de jaren 90 verandert dat. Behalve de opkomst van het ideologisch geïnspireerde neoconservatisme is daar nu ook sprake van ideologisering van de politiek door de opkomst van een christelijk-conservatieve richting in de Republikeinse partij. Hierover in dit nummer een korte notitie.

Thema 16: Het CDA nader beschouwd

Tot de Tweede Wereldoorlog was de Nederlandse politiek gebaseerd op de zogenaamde godsdienstig-politieke antithese, de tegenstelling tussen op christelijke of op seculiere (liberale of socialistische) beginselen gebaseerde politiek. Na de oorlog is die antithese sterk omstreden geraakt. Dat resulteerde in een heftige politieke discussie en strijd over een alternatieve grondslag voor de partijpolitieke verhoudingen in ons land, te weten de tegenstelling links-progressief en rechts-conservatief. Die tegenstelling is van christelijk confessionele (sinds de jaren ’60 van christendemocratische) zijde principieel verworpen. In de publieke opinie heeft zij sinds de jaren ’60 echter ingang gevonden. Daarbij rees de vraag hoe de christendemocratische stroming (sinds de jaren ’70 gebundeld in het CDA) in het links-rechts schema te positioneren. Bij de voorbereiding van het CDA is geprobeerd de christendemocratische stroming in het gangbaar geworden links-rechts schema te positioneren in het politieke midden. Maar dat stuitte toen nog op principiële bezwaren, vooral van de zijde van protestants christelijke partijen als ARP en CHU. In lijn met de christelijk-confessionele traditie werd gekozen voor een christelijk/evangelisch radicale plaatsbepaling en zodoende het links-rechts schema opnieuw buiten de deur gehouden.

 

In voorgaande nummers van Civis Mundi is kritisch nagedacht over de politieke relevantie en houdbaarheid van die plaatsbepaling. In een hernieuwd Strategisch Beraad in 2012, na een nieuwe forse verkiezingsnederlaag, heeft het CDA tenslotte gekozen voor een politieke middenpositie in radicale zin. Blijkens recent onderzoek wordt het CDA door 50 procent van de kiezers nog steeds als confessionele partij gepercipieerd. In dit nummer wordt dat opgevat als een van de talrijke tekenen van nostalgie in deze tijd.

Thema 25: Reflectie op historische achtergrond van de actualiteit

Wat deze tijd meer dan voorheen kenmerkt, is een sterk op het heden geconcentreerde tijdsbeleving (present-focussed) als kenmerk van een postmoderne tijdsbeleving waarin mensen continu met de actualiteit bezig zijn via het laatste nieuws, de mailbox, voicemail, teletekst, sms, twitter, beurskoersen en dergelijke. Dat hodiecentrisme stempelt ook de hedendaagse politiek. De historische dimensie ervan is sterk verbleekt. Vandaar een heel kort politiek geheugen. Vandaar ook dit discussiethema waarin aandacht gevraagd wordt voor die historische dimensie.

Onder dit thema wordt een boek besproken over het historiografische debat over de Franse Revolutie en de terroristische ontaarding daarvan. In dit boek wordt dat debat herleid tot een viertal interpretatiemodellen: het liberale (1815-1870), het republikeinse (1870-1917), het marxistische (1917-1968) en het revisionistische model (1968-1989), die daarin nader worden uitwerkt.

In een epiloog komt de cruciale vraag aan de orde of de ideologische en politieke werking van de Franse revolutie ten einde is, of dat de eerste decennia van de 21e eeuw tot een hernieuwde overdenking daarvan nopen. De Franse historicus François Furet, de voorman van de revisionistische interpretatie, verklaarde die revolutie tijdens de bicentenaire in 1989 als beëindigd, en daarmee ook het historiografische debat daarover. De bijdrage van die revolutie aan de geschiedenis is zijns inziens voltooid, waarbij hij – ironie van de geschiedenis – de Vijfde Republiek, zoals die door Charles de Gaulle als icoon van rechts Frankrijk is ingesteld, tot de daadwerkelijke erfenis van die revolutie verklaart.

Thema 26: Corruptie en integriteit

Het corruptieonderzoek dat we op voorstel van Michel van Hulten in nummer 13 van Civis Mundi Digitaal als nieuw thema hebben opgenomen, wordt in dit nummer voortgezet met een bijdrage van Stef Schenkelaars, afgestudeerd in de Organisatie Wetenschappen naar de rol van de Rekenkamer bij het goed functioneren van het Nationale Integriteitssysteem zoals gedefinieerd door de anticorruptie organisatie Transparency International. Dat is namelijk essentieel voor het voorkomen en bestrijden van corruptie. Schenkelaars vergelijkt in zijn artikel de Rekenkamers van 27-EU landen op aspecten als rolopvatting wijze van besturen en beschikbare capaciteit. Zijn artikel laat eens temeer zien dat het van groot belang is om bij grote maatschappelijke vraagstukken zoals corruptiebestrijding en intergriteitsbevordering, een holistische of integrale benadering te kiezen waarbij gekeken wordt in hoeverre instituties hun eigen rol effectief vervullen. De praktijktoets is hierbij van groot belang. Zijn bijdrage wordt ingeleid door Willeke Slingerland, onderzoeker integriteit en docent internationaal recht bij SAXION, Academie Bestuur, Recht&Ruimte, Deventer/Enschede.

Inleiding
Michel van Hulten

Recensie
De Volkskrant, woensdag 30 oktober 2013

Discussieforum

In nummer 19 is de vraag ter discussie gesteld, waarom Nederland zo’n zwakke theoretische traditie heeft, met name in de sociale, politieke en rechtswetenschappen, evenals de verklaring die voor die zwakte gegeven wordt. In nummer 21 reageerde daarop de jurist Arie-Jan Kwak, die nader ingaat op die verklaring, en die aanvult met een eigen visie. Dat doet in dit nummer ook de econoom Jos Klink, die die zwakte uitbreidt tot alle geesteswetenschappen.

Commentaar op actuele ontwikkelingen en gebeurtenissen

In kort bestek

Nieuwe boeken

Naar een rijker natuurbegrip, maar hoe dat in maatschappelijke en politieke praktijk operationeel te maken?
Harm Bart

Bespreking van: Koo van der Wal, Nieuwe Vensters op de Werkelijkheid. Contouren van een natuurfilosofie in ontwikkeling, 447 blz., Uitgeverij Klement, Zoetermeer 2012.

Een vlammend betoog tegen de neoklassieke economie-beoefening
Cock Hazeu

Bespreking van: Frans Doorman, Crisis, Economics, and The Emperor’s Clothes. Why economics fails to deal with society’s economic, social and environmental problems, and what to do about it, Lulu Internet Publishers, 2013, 312 pp’s, ISBN 978-1-1105-84655-7

Politieke journalistiek in het postideologische tijdperk beoefend met het machtsmotief voordurend in het vizier, maar wel met in acht neming van zijn taboekarakter
Wim Couwenberg

Bespreking van: Pieter van Os, Wij begrijpen elkaar uitstekend. De permanente wurggreep van pers en politiek. Uitgeverij Prometheus-Bert Bakker, Amsterdam, 2013

Charles Taylor over Secularisme en Gewetensvrijheid
Paul Cliteur

Bespreking van: Maclure, Jocelyn, and Taylor, Charles, Secularism and Freedom of Conscience, Harvard University Press, Cambridge, Mass. 2011.

Een psycholoog houdt narcisten een spiegel voor
Wim Couwenberg

Bespreking van: Marin Appelo, Een spiegel voor narcisten. Uitgeverij Boom, Amsterdam 2013.

Mededelingen

Colofon (oud)

Directeur/hoofdredacteur: Prof. Dr. S.W. Couwenberg       
Redactie: Sander Wieman, Piet Ransijn, Patricia van Bosse
Redactieadres: Akkerwindestraat 23, 3051LA Rotterdam
Telefoon: 010-4182580
Emailadres: couwenberg@ese.eur.nl